|
|
| A | B | C | D | E | F |
| G | H | I | J | K | L |
| M | N | O | P | Q | R |
| S | T | U | V | W | X |
| Y | Z |

| A | B | C | D | E | F |
| G | H | I | J | K | L |
| M | N | O | P | Q | R |
| S | T | U | V | W | X |
| Y | Z |


Historie ADO tot 1966 (later volgt er meer)
Met straatvoetbal aan de voet van de Haagsche Toren daar is het allemaal kort na 1900 begonnen. Op het gruis van het Kerkplein bedreven buurtjochies de voetbalsport. In feite was voetbal toen der tijd een elitesport. Nadat in 1879 de eerste voetbalclub in Nederland was opgericht (Haarlemsche Football Club) verrezen ook in Den Haag al ruim voor de 20e eeuw clubs als HVV en HBS.
Het moest er maar eens van komen en één van het voetbal zo gepassioneerde jochie Jan H.van Gulik benutte het café “Het Hof van Berlijn” aan de Papestraat 32 te Den Haag, dat eigendom was van zijn vader, om een bijeenkomst te houden voor alle buurtjongens.
Zo geschiede dat op 01-02-1905 een voetbalclub werd opgericht. Over de naam van deze voetbalclub was men nog niet uit. H(aagsche) V(oetbal) V(ereniging) bestond al en menig club had haar naam aan een Griekse of Romeinse mythologie ontleend.
Alles Door Oefening kortweg ADO dat werd de naam want deze lag “lekker in de mond”.
ADO ging in het vervolg voetballen op het Malieveld totdat veldwachters hen daar verjoegen. Vervolgens vertrok men naar een schuttersvlakte bij Klein Zwitserland en vervolgens naar het Westbroekpark in Scheveningen.
Overigens voetbalde ADO in die tijd in een wit shirt en een rode broek.
Toch was ADO in die tijd al op zoek naar een eigen legaal (gehuurd) stukje grond. Dat werd op een gegeven moment gevonden op Oud-Hanenburg in de nabijheid van het grote Quick. De financiën van ADO waren in die tijd eindelijk toereikend om de grond van boet Buytelaar voor 40 gulden te huren. Bij deze huur zat tevens kleedruimte bij en zodoende kreeg het jongenscluppie steeds meer gestalte te krijgen.
Het eerste seizoen 1905-1906 werd ADO ingedeeld in de derde klasse van de Haagsche Voetbalbond welke in 1894 het levenslicht had aanschouwd. Veel leden betaalde in dit eerste seizoen hun contributie niet zodoende werd er besloten in seizoen 1906-1907 slechts de naam ADO te laten bestaan en werd er niet gevoetbald.
In seizoen 1907-1908 was ADO weer terug en werd gelijk kampioen in de 3e klasse. Men besloot echter om niet te promoveren want ADO was bang dat de 2e klasse te hoog was gegrepen. Het seizoen daarop werd ADO met zoveel overmacht kampioen dat de HVB besloot om ADO extra te bevorderen en promoveerde zodoende gelijk door naar de 1e klasse.
In 1909 verhuisde ADO naar een terrein aan de Laan van Meerdervoort en speelde in roodzwart verticaal gestreepte shirts.
Ook in seizoen 1909-1910 eindigde ADO bovenaan de 1e klasse maar wederom koos de club ervoor om niet te promoveren naar de N.V.B. omdat daar nogal wat financiële consequenties aan vast zaten.
In 1913 maakte ADO dan toch de overstap naar de N.V.B. Behalve de stap naar de Landelijke Bond voltrokken zich voor ADO in seizoen 1913-1914 meer belangrijke gebeurtenissen. Er moest weer worden verhuisd, ditmaal naar een terrein aan de Westduinen. Bovendien werd het tenue weer veranderd. ADO ging spelen in een roodgroen shirt en een witte broek.
Van 1914 t/m 1918 stond Europa in brand. Nederland werd geen prooi der vlammen maar moest in die tijd wel waakzaam zijn. De algehele mobilisatie die in Nederland werd uitgeroepen ontwrichte de maatschappij en sportieve leven in Nederland. Vlak voor het seizoen zag ADO veel leden naar hun garnizoenplaatsen afreizen. Zodoende was ADO in 1918 weer afgedaald naar de 2e klasse . Door textielschaarste waren de roodgroene shirts niet meer verkrijgbaar en speelde ADO in een geheel wit tenue met roodgroene ster op het tricot.
In 1920 stoomde ADO 1 als kampioen van de Westelijke Tweede Klasse C door naar de overgangsklasse. Echter in seizoen 1922-1923 degradeerde ADO weer naar de 2e klasse. Wel werd er in dit seizoen de HVB beker gewonnen door de finale tegen Scheveningen met 4-2 te winnen.
Op 24 september 1922 vertrok ADO naar een nieuw complex aan de Wassenaarseweg welke werd geopend door toenmalig wethouder P.Drooglever Fortuyn.
Op 1 september 1925 verscheen het eerste nummer van de ADO Post, het clubblad van ADO.
Op 18 oktober 1925 opende wederom wethouder P.Drooglever Fortuyn het nieuwe complex van ADO in het Zuiderpark waar de club maar liefst drie velden tot zijn beschikking kreeg.
In seizoen 1926-1927 eindigde ADO op de eerste plaats inde competitie en plaatste zich zodoende voor de promotie/degradatiewedstrijden. Op 29 mei 1927 was de grote dag, ADO won in Delft met 2-1 van DHC door doelpunten van J.van Soldt en H.v.d.Meer en promoveerde weer naar de eerste klasse.Na terugkeer in Den Haag wachtte ADO een groots onthaal met een rijtoer door de stad.
Op 26 september 1931 werd in het Zuiderpark bij ADO een nieuw clubgebouw in gebruik genomen dat dienst zou doen tot maart 1973 en voor menig ADO’er fungeerde als een tweede huis.


ADO 1 seizoen 1931-1932
Achterste rij v.l.n.r: C. Quax, C. van Maren, F. Vogel, W. de Korte, H. Breitner, A. van Eembergen, M. Weber en H. Groot
Voor v.l.n.r: G. Tap, C. van Osch en W. Tap
In 1932 werd aan de befaamde “lange zij” de tribune opgeleverd waardoor het toeschouwers capaciteit werd gebracht op 10.000.
In seizoen 1935-1936 nam één van ADO’s beste spelers aller tijden Wim Tap afscheid van het voetbal en werd trainer van ADO 1.
Op 28 september 1937 werd de supportersvereniging Vrienden Van Ado opgericht. Deze supportersvereniging regelde o.a het vervoer naar de uitwedstrijden.
In de politieke wereld nam de onrust steeds meer toe en de 2e Wereld Oorlog was inmiddels losgebarsten. Praktisch alle clubs zagen veel leden naar kazernes vertrekken. De KNVB besloot een noodcompetitie in te stellen waarin geen promotie of degradatie waren verbonden.
Ondanks het grote aantal invallers draaide ADO 1 in seizoen 1939-1940 goed en eindigde op de 2e plaats achter Blauw Wit.
In seizoen 1940-1941 behoorde ADO tot de clubs die in de Westelijke 1e klasse voor ondragelijke spanning zorgde. Samen met DHC eindigde ADO op de eerste plaats dus volgde er een beslissingwedstrijd tegen DHC op Spangen bij Sparta.
Op 20 april eindigde deze wedstrijd na verlenging in 1-1 zodoende volgde er een tweede beslissingswedstrijd.

ADO 1 op 20 april 1941 tegen DHC Achter v.l.n.r. Ben Tap, Aad de Jong, Willem Koek, Aad van Kampen, Rinus Loof, Herman Choufoer en trainer Wim Tap
Voor Gerry Vreken, Joop Eversteijn, David Westhoven, Eli de Heer en Wim Neuteboom.
Deze tweede beslissingswedstrijd werd op 27 april 1941 gespeeld in het Feijenoord stadion voor 50.000 toeschouwers. Extra treinen hadden naar schatting 20.000 Hagenaars vervoerd.
ADO won deze wedstrijd met 3-1 door doelpunten van Joop Eversteijn, Wim Neuteboom en Daaf Westhoven. De vreugde kende geen grenzen. Het kampioenschap van de Eerste Klasse afdeling 1 was tevens een toegangsbewijs voor de strijd om de landstitel met de kampioenen uit de andere 1e klassen. In die strijd met Heracles, PSV, Be Quick en VSV werd ADO uiteindelijk derde.
In seizoen 1941-1942 legde ADO voor de tweede maal beslag op de afdelingstitel en mocht zodoende weer meedoen aan de landstitel. In die strijd met Heerenveen, AGOVV, Blauw Wit en Eindhoven. In de alles beslissende laatste thuiswedstrijd tegen AGOVV wist het elftal van trainer Wim Tap door een 5-2 overwinning het landskampioenschap binnen te halen. Een onvergetelijke dag natuurlijk voor ADO met een deinende mensenmassa op het veld.
In seizoen 1942-1943 eindigde ADO samen met Hermes DVS op de eerste plaats an de competitie dus volgde er weer een beslissingswedstrijd. Deze wedstrijd werd wederom in het Feijenoord stadion gespeeld voor 50.000 toeschouwers waarvan meer dan de helft uit Den Haag! ADO won deze wedstrijd met 2-1 van de Schiedammers door doelpunten van Eli de Heer en Wim Neuteboom.

Beslissingswedstrijd op 7 maart 1943 om de Afdelingstitel seizoen 1942-1943 ADO-Hermes-D.V.S. 2-1. Drie weken later werd ADO voor de tweede maal kampioen van Nederland.
Staand v.l.n.r: Herman Choufeur, Gerry Vreken, Aad van Kampen, André Roosenburg, Joop Eversteijn en Eli de Heer. Zittend v.l.n.r: Dolf Niezen, Aad de Jong, Piet Eversteijn, Ben Tap en Wim Neuteboom.
Voor de derde maal op rij had ADO zich geplaatst voor het spelen om de landstitel. Ditmaal waren Feijenoord, Heerenveen, Enschede en Willem II die meedongen.
ADO prolongeerde het landskampioenschap uiteindelijk mede door een schitterende 3-1 zege in Amsterdam tegen Feijenoord. Feijenoord mocht van de bezetter namelijk niet meer in de Kuip spelen vandaar er werd uitgeweken naar Amsterdam. Het landskampioenschap werd thuis behaald in een wedstrijd tegen Enschede. In de jaren van de landskampioenschappen 1941-1942 en 1942-1943 telde de supportersclub van ADO zo'n 600 leden.
In seizoen 1943-1944 eindigde ADO op een zesde plaats en op 6 september 1944 werd de competitie stilgelegd. De hongerwinter volgde en al het hout van de tribunes werd gesloopt omdat er niet genoeg brandstof meer was en men hout nodig had voor de kachels.
Na de bevrijding speelde ADO1 zijn eerste wedstrijd op 10 juni 1945 tegen VUC. Deze wedstrijd was ten bate van de oorlogsslachtoffers.
Succesvolle trainer Wim Tap nam na op 30 april 1946 afscheid als trainer
Eind jaren 40 verhuisde ADO voor 2 seizoenen naar de velden van VUC aan de Schenkkade i.v.m een grondige renovatie van het Zuiderpark.
Begin jaren 50 raakte ADO zijn betere spelers kwijt aan het Franse profvoetbal. Ook in Nederland werden voorbereidingen getroffen om een prof competitie op te richten.

Bloemen bij de laatste wedstrijd (ADO-Maurits, uitslag 5-3) van Rinus Loof op 7 juni 1953. Rinus speelde 20 !! seizoenen in het eerste. Later vervulde hij nog jarenlang tal van functies zoals trainer,assistent-trainer en elftalleider.
In 1953 werd de stalen tribune aan de Zuiderparkzijde afgebroken om plaats te maken voor een betonnen bouwsel waarmee de toeschouwerscapaciteit tot 14.000 opgekrikt werd.
Op 30 augustus 1953 wist ADO voor de derde maal in de historie de Zilveren bal te winnen. De Zilver bal was de prijs van een sterk bezet toernooi voor aanvang van de competitie.
Ook was er in 1953 in Nederland de zogenaamde “Wilde” bond opgericht genaamd “de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond”. Deze bond was een regelrechte concurrent van de KNVB en overal werd er spelers aan clubs ontrokken om eindelijk het betaalde voetbal in Nederland van de grond te trekken.
Toon Bauman, Mick Clavan, Piet van Anraad, Lou Willems en Wim Mangelmans waren de eerste ADO spelers die naar het “wilde voetbal” overstapten.
Binnen de Haagse gemeentegrenzen was er namelijk een profclub opgericht. Profclub Den Haag was de naam die later De Flamingo’s werd. De naam Flamingo’s moest echter alweer snel worden veranderd omdat er al een club was met deze naam en toen koos men voor de naam Holland Sport.
In 1954 kwamen de twee bonden NBVB en KNVB tot elkaar en na een flinke reorganisatie werd er een profcompetitie in Nederland gestart. Omdat ADO in dit jaar als 5e eindigde in de competitie plaatste het zich automatisch voor de twee te vormen Hoofdklasse.
Heugelijk nieuws was ook dat Theo Timmermans na 4,5 jaar profvoetbal bij Olympic Nimes in Frankrijk weer terugkeerde bij ADO. Op 29 juli 1954 maakte Theo zijn comeback in de bekerwedstrijd tegen Quick (uitslag 7-2 voor ADO).

ADO 1 in 1956 Staand v.l.n.r. Huub Scherpenisse, Henk Jans, Frans Kok, George van Rosmalen, Wim Timmermans en Karel Jansen. Zittend v.l.n.r. John Mantsveld, Theo Timmermans, Jan Verhoek, Wim Blommesteijn en Lex Rijnvis.
Bij de invoering van het betaalde voetbal werd ook een begin gemaakt met een verandering van de competitiestructuur die in seizoen 1956-1957 moest leiden tot een vorming van één Eredivisie, twee Eerste Divisies en twee Tweede Divisies.
Om de sportieve mogelijkheden uit te breiden werd in 1957 de naam van de Haagse Voetbal Vereniging ADO veranderd in Haagse Sportvereniging ADO.
Op 5 mei 1957 werd ADO thuis voor officieel 14.000 toeschouwers tegen De Graafschap kampioen van de Eerste Divisie en promoveerde zodoende naar de Eredivisie. Veel toeschouwers wisten op slinkse wijze toch de wedstrijd bij te wonen zodat er wel 20.000 toeschouwers na afloop het veld betraden en trainer Rinus Loof en aanvoerder Karel Jansen kwamen handen tekort om de felicitaties in ontvangst te nemen.

De spelers van ADO op de schouders na het behalen van promotie naar de eredivisie op 5 mei 1957.

Ook ADO 2, met bekende namen, had een succesvol seizoen 1956-1957. Het eindigde als tweede en promoveerde naar de reserve eredivisie. Staand v.l.n.r. A. van Spronsen,H. Schaap,Rinus Loof(trainer),G. Schook,verzorger Zuiderwijk,Theo Kleindijk,Huub Scherpenisse,John Huegenin,Piet Oostrom en J. Telle(leider). Zittend Helmut Knollman,J. Heskes,J. Kuipers,Wim Blommestein en Fred Eckhardt.
Halverwege 1957 begon ADO met de lang gekoesterde bouwplannen om de toeschouwerscapaciteit te verhogen van 14.000 naar 25.000. De uitbreiding zou in fase geschieden. De eerste fase omvatte de aanleg van een nieuwe omheining rondom het veld een tribune voor jeugdleden aan de Zuiderparkzijde en daarna een nieuw tribune aan de Moerwijkzijde.

Boven : de in 1957 in gebruik genomen tribune Moerwijk-zijde, toen nog niet overdekt. Onder de oude tribune, die slechts een paar treden hoog was

Karikaturen van vier sterren uit de vijftiger jaren, boven Theo Timmermans en Mick Clavan, onder Carol Schuurman en Lex Rijnvis
Op 25 augustus 1957 debuteerde ADO in de Eredivisie met een uitwedstrijd tegen Elinkwijk en deze werd met maar liefst 4-1 gewonnen. Een week later volgde de eerste thuiswedstrijd tegen VVV en er ontstond werkelijk een run op de toegangskaarten. Ook deze wedstrijd werd gewonnen (1-0) en ADO heeft een hele periode met de top meegedraaid. Het hele seizoen was het Zuiderpark in een mum van tijd uitverkocht.
De accommodatie onderging weer eens een uitbreiding. De uitbreiding betrof een verhoging van de “lange zijde” met 10 treden. Op 19 oktober 1958 werd deze tribune voor de wedstrijd ADO-NOAD feestelijk geopend.

De ADO-post uit december 1958. Op de foto een moment uit ADO-Sparta met op de voorgrond Henny den Engelse.

ADO 1 seizoen 1958-1959
Staand v.l.n.r: Frans Kok, Wim Timmermans, Jan v.d.Meer, Henk Jans, Huub Scherpenisse en Guus Haak
Zittend v.l.n.r: Harry Vreken, Henny den Engelse, Carol Schuurman, Mick Clavan en Lex Rijnvis
Op 17 juni 1959 stond ADO in de finale van de KNVB beker en deze werd in het Zuiderpark tegen VVV gespeeld. Dagen van tevoren was er geen kaart meer te krijgen maar de 25.000 toeschouwers zagen VVV met maar liefst 1-4 winnen.

Rond 1960 speelde ADO-honkbal zijn thuiswedstrijden voor veel toeschouwers op het hoofdveld. In 1962 werd er in het Zuiderpark een honkbalveld aangelegd. Vier jaar later verhuisden de honkballers naar de Dedemsvaartweg en werd ADO-honkbal een zelfstandige vereniging.
Het ging een stuk slechter met ADO in de begin jaren 60. Eén van de redenen was het stoppen van vedette Theo Timmermans die lager ging voetballen.
ADO was 1 punt verwijderd van degradatie en moest de laatste wedstrijd tegen Feijenoord dat 1 punt nodig had om kampioen te worden. De wedstrijd eindigde op 13 mei 1962 in 1-1 en volgens veel mensen was dit een schetsvertoning maar zowel Feijenoord als ADO vierde feest.
Voor het seizoen 1962-1963 werd trainer Ernst Happel binnen gehaald. Het eerste jaar beschouwde trainer Happel als een oriëntatiejaar. Wel werd de KNVB bekerfinale gehaald maar tegenstander Willem II won deze finale met maar liefst 0-3 in het Zuiderpark.
Op 6 februari 1964 ging een lang gekoesterde wens in vervulling. De 40 meter hoge lichtmasten (op bovenstaande foto in aanbouw) werden in gebruik genomen. ADO 1 kreeg in seizoen 1964-1965 de status subtopper dankzij een derde plaats die werd behaald. Deze klassering gaf het recht tot toelating van de intertoto competitie.
Het betaalde voetbal bleef zich voortdurend ontwikkelen en was een eigen leven gaan leiden. De aandacht was er zo opgericht dat de amateur in de verdrukking kwamen.
Op 13 april 1965 besloot de Verenigingsraad van ADO het betaalde voetbal en de amateurs van elkaar te scheiden.
ADO kon zich ook in andere opzichten met de groten in Nederland blijven meten en er werd zelfs een manager (Eddy Hartman) in volledige dienst aangesteld.
ADO 1 in 1967, v.l.n.r. Jan Villerius (a), Ton Thie, Lambert Maassen, Aad Mansveld, Harry Vos, Theo vd Burg, Henk Houwaart, Piet de Zoete, René Pas , Kees Aarts, Harry Heynen en Jacques (Sjakie) Smits
In 1967 ontving ADO de hoogst eervolle invitatie om gedurende zes weken lang deel te nemen aan een door diverse steden opgezet toernooi in Amerika deel te nemen. Dit toernooi was ter propagering van de voetbalsport in de Verenigde Staten. Deze trip bezorgde ADO internationaal veel goodwill.
Een sinds seizoen 1964-1965 als amateurclubgebouw dienende houten directiekeet (welke daarvoor weer dienst deed als jeugdclubgebouw) maakte op 2 juli 1967 plaats voor een prachtig modern stenen bouwwerk waarbinnen het clubleven een nieuw bloeiperiode tegemoet ging.
Een groot verlies kende ADO toen algemeen voorzitter Nico de Doelder op grond van verschil van inzicht met sectie voorzitter Herman Choufoer over het te voeren beleid na een bestuursperiode van in totaal 22 jaar plotseling opstapte. Ere-voorzitter David Lelyveld werd tijdelijk voorzitter tot dat hij de hamer overdroeg aan aan ir. W. Kan. In een later stadium werd Nico de Doelder benoemd als erelid van ADO.
Behalve dat ADO 1 zich gaandeweg in de jaren zestig tot een club behorend tot de zogenaamde subtop had opgewerkt had de club zich in deze periode ook een reputatie van cupfighter verworven. In de periode van 1959 tot 1972 werd maar liefst zes keer de finale (tegen VVV, Willem II, Fortuna'54, Sparta en tweemaal tegen Ajax) van de KNVB beker bereikt.
Uitgerekend die beide wedstrijden tegen Ajax resulteerde voor ADO al automatische deelneming aan de Europa Cup voor Bekerwinnaars omdat Ajax landskampioen was geworden.
Op maandag 3 juni 1968 (tweede pinksterdag) zien 18.000 toeschouwers ADO de finale van de strijd om de KNVB Beker voor het eerst winnen. Het op weg naar de Europese top zijnde Ajax, dat een week eerder in de Amsterdamse Meer tegen ADO landskampioen was geworden – wordt geklopt met 2-1. Voor de rust scoort ADO via Lex Schoenmaker (23e minuut) en Kees Aarts (28e minuut). Meer dan een tegentreffer van Piet Keizer (55e minuut) laat de formatie van trainer Ernst Happel niet toe. Na vier verloren bekerfinales – waarvan twee nota bene in het Zuiderpark – sluit ADO voor het eerst een eindstrijd winnend af.

3 juni 1968: ADO wint de bekerfinale tegen Ajax in het Zuiderpark met 2-1. Op de voorgrond Ton Thie, Harry Vos en Piet de Zoete met de beker.
Opstelling ADO in deze bekerfinale was: Ton Thie, Theo van den Burch, Aad Mansveld, Piet de Zoete, Harrie Vos; Joop Jochems, Cees Weimar, Harrie Heijnen, Lambert Maassen, Lex Schoenmaker en Kees Aarts (Henk Houwaart).
In seizoen 1968-1969 had ADO zich dus geplaatst voor het Europa Cup II toernooi. De eerste ronde wist de club het Zwitserse Grazer AK uit te schakelen maar in de tweede ronde moest men zich de meerdere erkennen aan het Duitse FC Köln.
De in 1969 opgerichte Club van 100 zorgde voor financiële steun aan het betaalde voetbal bij ADO en later FC Den Haag.
Na seizoen 1968-1969 vertrok trainer Ernst Happel naar Feijenoord en werd de Tjechoslowaak Vaclav Jezek zijn opvolger bij ADO.
Op een nieuwjaarsreceptie in 1971 van de Haagse Adviesraad van Sport en Recreatie kwam sportwethouder Piet Vink in gesprek met ADO voorzitter Herman Choufoer. Eén van de onderwerpen van dit gesprek was om een commissie in het leven te roepen die een eventuele fusie tussen ADO en Holland Sport ging uitwerken. De commissie is er nooit van gekomen want de clubs besloten rechtstreeks samen met de gemeente tot elkaar te komen. Voorzitter Lucas Kroesemeijer en Hans Kattenburg namen deel aan deze gesprekken. Na de eerste bespreking besloot Holland Sport penningmeester en aandeelhouder Theo Fehling van zijn aandelen te willen afzien en verkocht deze aan Kroesemeijer.
De ledenraad van ADO besloot als eerste wel akkoord te gaan met een fusie met Holland Sport maar niet met de naam FC Den Haag. De naam ADO moest blijven voorkomen in de nieuwe naam. Met de naam FC Den Haag ADO zou men wel vrede hebben in die tijd.
Begin april 1971 kwam het bericht naar buiten dat de ledenraad van ADO toch niet zoveel moeite had met de naam FC Den Haag. Op 21 mei 1971 stemde de ledenraad van ADO in met de fusie en de nieuwe naam.
Ondanks acties van beide supporterskanten ging de fusie dus toch gewoon door. Holland Sport verdween van Houtrust en ging samen verder met ADO onder de naam FC Den Haag in Het Zuiderpark voetballen.
Later meer............
Kampioenschappen ADO
1908-1909 3e klasse A HVB
1909-1910 1e klasse A HVB *
1912-1913 1e klasse A HVB
1913-1914 3e klasse C *
1918-1919 3e klasse B
1919-1920 2e klasse C
1923-1924 2e klasse A *
1924-1925 2e klasse B *
1926-1927 2e klasse B
1940-1941 1e klasse
1941-1942 1e klasse Landskampioen
1942-1943 1e klasse Landskampioen
1956-1957 1e divisie A
* = geen promotie
1905-1913 Theodorus van Zee
1913-1916 C.H. Roest
1916-1917 R. Buitelaar
1917-1918 Theodorus van Zee
1918-1919 P.van Roodendaal
1919-1923 Theodorus van Zee
1923-1937 Chr. Leurs
1937-1944 M. Choufoer
1944-1945 Chr. Leurs
1945-1945 J. Wiarda
1945-1952 D.N. Lelyveld
1952-1961 A.H. Martens
1961-1965 N. de Doelder
1965-1968 N. de Doelder (algemeen voorzitter)
1968-1971 W.J.Kau
1928-1932 John Donaghy (Engeland)
1932-1936 Otto Höss (Oostenrijk)
1936-1946 Wim Tap
1946-1952 Ben Tap
1952-1953 Franz Fuchs (Oostenrijk)
1953-1953 Dick Groves (Engeland)
1953-1954 Gerrit van Wijhe (ad interim)
1954-1955 Franz Gutkas (Oostenrijk)
1955-1955 Friedrich Donefeld (Oostenrijk a.i.)
1955-1962 Rinus Loof
1962-1969 Ernst Happel (Oostenrijk)
1969-1969 Rinus Loof a.i.
1969-1971 Vaclav Jezek (Tsjechoslowakije)
Heeft u nog meer informatie of foto's van ADO neem dan a.u.b. contact met ons op via haagse.voetbalhistorie@gmail.com
Sander van der Water groeide als keeper op bij RVC en stapte op zijn 22e bij Rijswijk binnen na een seizoen bij LENS ... Lees verder