De clubs

A B C D E F
G H I J K L
M N O P Q R
S T U V W X
Y Z

De clubs

A B C D E F
G H I J K L
M N O P Q R
S T U V W X
Y Z


Haagse Voetbal Historie foto site Haagse Voetbal Historie Youtube Filmpjes

U bent nu hier: Home»Alle clubs»Club

GDA (1922-1999)
Loosduinen
1922 - Heden

De Rooms Katholieke Voetbalvereniging GDA werd op 27 april 1922 in de toenmalige zelfstandige gemeente Loosduinen opgericht en mag zich aldus een waarlijk Loosduinse vereniging noemen.


R.k.s.v. G.D.A.

Sportpark Madestein
Madesteinweg 10
2553 EC Den Haag
Tel. 070-3978769
Site: http://www.rksvgda.nl/


 

De Oprichting van G.D.A.

In het vroege voorjaar van 1922 werd er onder de leden van het Rooms-Katholieke jongenspatronaat (een vorm van een niet geüniformeerde jeugdbeweging) druk gepraat over de oprichting van een eigen voetbalvereniging. Op initiatief van Kees Al ontstond er een clubje dat W.I.K. (Willen Is Kunnen) genoemd werd.
Maar er bestond in die tijd ook een concurrerrerende club onder de naam V.V.L. (Voetbal Vereniging Loosduinen).
W.I.K. kwam niet tot bloei en Kees Al zocht steun bij wat oudere voetballiefhebbers. Dat hielp en met toestemming van pastoor J.van der Horst werd een eerste bijeenkomst gehouden in het gebouw met twee namen: "De Volksbond" en "Het Jongenspatronaat" aan de (Oude)Haagweg. Beide organisaties hielden er hun bijeenkomsten maar ook andere parochiële verenigingen maakte er gebruik van.
Ter voorbereiding van de oprichting werd een voorlopig bestuur gevormd bestaande uit Harry Peters (voorzitter), Kees Al (secretaris), Leen Jansen (penningmeester) en Willem Steijn.
Dit leidde ertoe dat op 27 april 1922 een officiële oprichtingsvergadering werd belegd. Voor deze vergadering waren zoveel mogelijk geïnteresseerden uitgenodigd, in het bijzonder de jongens die al lid waren van een "Haagsche" voetbalclub en met name van de Voetbal Vereniging 's-Gravenhage (V.V.S.). De vergadering was een succes en het voorlopige bestuur werd officieel met aangevuld met Frans van Gaalen, Koos Heres en Piet Kortekaas.

Elftalfoto bij de oprichting in 1922 met o.a. Cees Peters, Toon van Gaalen, Koos Zalm, Willem Steijn en Piet Kortekaas.


Direct na de oprichting sloten de jongens van V.V.L. zich bij W.I.K. aan. De naam W.I.K. bleef nog geen jaar gehandhaafd. Er was n.l. al een Haagsche club met die naam en verder leefde er een sterke behoefte de Rooms-Katholieke identiteit van de club te benadrukken. Zo kwam men tot de keuze van de nieuwe naam Gabriél Dell’ Addolorata. Het voetbaltenue van het prille G.D.A. was allerminst lichtzinnig: een zwarte broek en een zwart hemd met een fraai glanzend geel-wit embleem (de pauselijke kleuren) met zwarte letters. Het eerste elftal speelde aanvankelijk met een afwijkend shirt. Over de voorzijde liep een brede, geel-witte verticale baan.

Het jonge bestuur liet de vereniging inschrijven als lid van de Diocesaan-Haarlemsche Voetbalbond (D.H.V.B.). De parochie ressorteerde in die tijd n.l. nog onder het bisdom Haarlem. Een mogelijke toetreding tot de neutrale Nederlandse Voetbal Bond (later Koninklijk) kwam niet eens ter sprake. Het eerste jaar kon met 5 elftallen worden deelgenomen aan de competitie.

Een eigen terrein

De eerste wedstrijden werden gespeeld op een veld rechts van "het Nieuwe Slag" (heden ligt daar de Groen van Prinstererlaan bij het Colijnplein). Dit veld werd voor f.50,= gehuurd van de gemeente Den Haag.
Pastoor van der Horst was alles behalve blij met dat voetbalveld in de duinen, hij had zijn jongens liever wat dichter in de buurt zodat hij wat gemakkelijker over hun toezicht kon houden. De pastoor besprak zijn zorgen met het Kerkbestuur en ondanks in die tijd de vele andere zorgen besloot men de bisschop een voorstel te doen tot inrichting van een sportterrein schuin achter de kerk, op de tuin van de heer Q.Nederpel.
Dit voorstel hield in dat de huurovereenkomst met de heer Nederpel moest worden beëindigd en dat een stukje grond (500m2) moest worden aangekocht van de Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij.
Bij een brief van 11 januari 1923 verkreeg het Kerkbestuur de vereiste machtiging van het Bisdom. Daarbij werd uitgegaan van een totale kostprijs van maar liefst f.31.500,=

Dit schilderij met de aanblik van het G.D.A.-veld met poort is gemaakt door Frans van Gaalen een GDA lid, één van de oprichters en oud 1e elftalspeler.

Op 26 augustus 1923 om 13.00 uur werd het G.D.A. terrein officieel geopend. Binnenkomend vanaf de Emmastraat (nu Loosduinse Hoofdstraat) moet de eerste aanblik grandioos zijn geweest. Een maagdelijk groene vlakte, sierlijk omrasterd met vierkante witgeschilderde palen met daartussen de licht doorbuigende staalkabel en dan op afstand die oogstrelende houten tent, fraai van lijn en kleur met zijn geel witte vlakken fel oplichtend vanuit het zwarte bintwerk. En tenslotte de stralende dakkroon met de alleszeggende hartstochtelijke tekst: "R.K. Sportvereniging G.D.A."

Op naar de top

Na de oprichting werd G.D.A. ingedeeld in de 3e Klasse van de diocesane bond. Het 4e en 5e elftal, bestaande uit junioren, gingen spelen in het Haagse district.
De resultaten van de elftallen waren zeer goed. het eerste liep de Klassen van de D.H.V.B. gemakkelijk door en promoveerde in 1925 naar de 2e Klasse van de R.K. Federatie (R.K.F.), die de diocesane bonden overkoepelde.
Na het 4e kampioenschap in succesie werd in 1926 de hoogste Klasse van de R.K.F. bereikt.

 

Het eerste clubblad van GDA uit 1931. Onze voorouders maakten toen in de spelling nog wel 4 taalfouten, w.v. 2 leestekens en 2 vergeten letters. Het moet n.l. zijn: Gabriël Dell’ Addolorata .

De Loosduiners schaarden zich ook op dit niveau bij de topclubs, maar de titel bleef uit. In 1937 volgde zelfs degradatie naar de 2e Klasse van de Interdiocesane Voetbal Competitie Bond (I.V.C.B.), voorheen de R.K.F.

Twee jaar later echter werd de hoogste klasse heroverd door een sterk verjongd elftal. De kampioenswedstrijd tegen O.L.I.V.E.O. leverde een zelfverzekerde overwinning op.

GDA 1 Seizoen 1938-1939 kampioen van de 2e Klasse I.V.C.B.
Staand v.l.n.r. Piet van Beek, Wim Hoogduin, scheidsrechter Bijvoets, Jan Nederpel, Wim Seelt, Piet Steentjes, Piet de Koning, Gerard Steijn en trainer Jan Post.
Zittend Qrien Nederpel, Piet Nederpel, Ben Peeters, Jan Guliger, Koos Peeters en Henk Peeters.

Het schitterende kampioenschap begon met een Heilige Mis, gevolgd door een ontbijt voor heel G.D.A. in "de Roskam". Er werd gespeecht door de pastoor die tevens de nieuwe G.D.A.-vlag inwijdde, en door erevoorzitter H.Peters. 's-Avonds kwam het feest tot het hoogtepunt. Er werd een soort revue opgevoerd onder de titel "G.D.A. is Kampioen" en het succes was ongekend.
G.D.A. was weer 1e Klasser en het was wel duidelijk dat G.D.A. sportief gezien een goede toekomst had. Toch zou het allemaal heel anders lopen! Aan de politieke horizon pakte zich donkere wolken samen en in 1940 vond een fusie plaats van de neutrale bond en enkele andere bonden, waaronder de Rooms-Katholieke. G.D.A., althans de senioren, kwamen plotseling in een heel ander milieu terecht.

Strijden voor de Roomsche zaak

Het besturen in de eerste jaren van G.D.A. moet in veel opzichten een genoegen zijn geweest. De bestuursleden kwamen voort uit eigen kring en genoten een zeker respect uit hoofde van hun functie. Het ledenaantal was in 1922 nog maar klein (zo'n 50 man) en iedereen kende iedereen.
Velen leden beschouden G.D.A. als kostbaar bezit, misschien wel het enige dat ze dan toegekend hadden daarom had men ook heel veel voor de club over. Op de ledenvergaderingen waren altijd vrijwel alle leden aanwezig.

De prestaties van het eerste elftal moeten de bestuursleden met trots vervuld hebben. Afgezien van het tweejarig verblijf in de 2e Klasse, kon het nauwelijks beter. Verder was er natuurlijk de schitterende accommodatie die aanvankelijk nog maar weinig onderhoud vroeg. En tenslotte kon het bestuur van G.D.A. via pastoor van der Horst rechtstreeks een beroep doen op het Kerkbestuur als er grote voorzieningen nodig waren.
De eerste taak van het bestuur bestond in het handhaven en uitdragen van de Rooms-Katholieke waarden en normen, vooral onder de jeugd.

Er werd flink werk van gemaakt. Zo werd bijvoorbeeld het lidmaatschap van de Mariacongregatie voor de junioren verplicht gesteld maar er kwamen ook richtlijnen voor de sportkleding. Het broekje mocht niet te kort en de bovenarmen moesten bedekt blijven.
Het jonge G.D.A. bleek onder het formele oppervlak een mooi karakter te krijgen, G.D.A. werd menselijk en diepzinnig. Misschien is hiermee wel de grootste en oudste waarde van de vereniging genoemd. De club is trots op de toenmalige nauwelijks geschoolde leiders van toen, de gebroeders Peters en Nederpel, Henk Lelieveld, Piet Bergenhenegouwen, Tinus van Gaalen, Arie Hartman, en Aimé Thunnissen. Zij gaven G.D.A. een gezicht maar vooral ook een hart. Onder hen behoorden eveneens de leiders van de afd. Gymnastiek.

De tweede zorg was van profane aard. Het bestuur had grote moeite om financieel rond te komen. Vooral het innen van contributie leverde doorlopend problemen op. Sommige gezinnen konden die kleine bijdrage van nog geen twee dubbeltjes per week onmogelijk betalen. Ook het aanschaffen van sportkleding was voor velen een te grote luxe.
Een opvallend verschijnsel in deze tijd van armoede was dat diversen leden probeerden een paar centen aan de vereniging te verdienen. Een (geringe) vergoeding voor het trainen van de jeugd en de senioren, het kalken van het terrein, beheer van de rijwielstalling, controle van de toegangsbewijzen en schoonhouden van het clubgebouw werd acceptabel gevonden. Het bestuur slaagde er kennelijk niet goed in om voldoende vrijwilligers te krijgen.
Wat ook een groot probleem was, was het wegblijven van leden, vooral bij uitwedstrijden. De hoge reiskosten hadden hier mee te maken want het bisdom Haarlem, waarin G.D.A. speelde, was erg groot. Het vervoer bij uitwedstrijden en reiskostenvergoeding waren dan ook onderwerpen die regelmatig op de agenda van de bestuursvergadering stonden. De achtereenvolgende besturen van G.D.A. zijn er achteraf gezien goed in geslaagd de problemen die zich voordeden in goede banen te leiden.

Crisis bij G.D.A.

Eigenlijk is er maar één keer een echte crisis bij G.D.A. geweest en dat was in 1928. Het zelfverzekerde en bijna onverslaanbare G.D.A. werd in de clubbladen van de tegenstanders, maar ook in de pers, herhaaldelijk beticht van te hard spel. Voor een katholieke vereniging was dit in die tijd een echte zware beschuldiging.
Binnen G.D.A. werd er heftig gereageerd en in het clubblad werden deze beschuldigingen fanatiek bestreden. Maar in 1928 moet er vanuit het bestuur van de Rooms-Katholieke Bond een uitspraak zijn gedaan over de speelwijze van G.D.A. De heilige verontwaadiging was zo groot dat het merendeel van de leden ineens bedankte. Twee van de drie seniorenelftallen moesten worden teruggetrokken en het bestaan van G.D.A. kwam zodoende ernstig in gevaar. Toen kwam pastoor van der Horst in het geweer. Hij wist de kritiek van bondszijde te beteugelen. De succesvolle eerste voorzitter Harrie Peters werd teruggehaald in het bestuur en onder zijn leiding was de crisis in korte tijd overwonnen.

In 1930 was het aantal leden bij G.D.A. gegroeid tot 150 en de club had behoefte aan een tweede veld. Die behoefte kon in 1934 worden voorzien want G.D.A. kon een veld huren van B.T.C. aan de Houtweg (heden de Kapelaan Meereboerweg). De ondelinge band werd er alleen niet sterker op bij G.D.A. en bovendien kwamen er nu heel wat jongens van buiten Loosduinen.
Na het overlijden van geestelijk adviseur pastoor van der Horst veranderde de verhouding tussen G.D.A. en het Kerkbestuur ingrijpend. De bestuurlijke communicatie verslechterde steeds meer en bereikte op het eind van de jaren dertig een dieptepunt. De oorzaak van deze teloorgang was ten dele van praktische aard. Het Kerkbestuur was niet in staat vlot te reageren op verzoeken of signalen van G.D.A. zijde, alleen al door de lage vergaderfrequentie en overvolle agenda's. Er was over en weer nog maar weinig begrip voor elkaars problemen.
Eind jaren dertig volgde er een pittig gesprek tussen G.D.A. en het Kerkbestuur. Er werden wat afspraken gemaakt over enkele belangrijke reparaties maar tot een fundamentele aanpak van het probleem kwam men niet. Bovendien kwam de oorlog nabij en kregen de kerk en G.D.A. met hele andere problemen te maken.

De oorlogsjaren bij G.D.A.

Op 28 augustus 1939 kondigt de Nederlandse regering de algemene mobilisatie af. Er werden veel jongens onder de wapenen geroepen, onder hen ook diverse G.D.A.-ers. De normale voetbalcompetitie werd geannuleerd en er kwam een noodcompetitie van maar 5 clubs. De Nederlandse soldaten namen bezit van de Sint Petrusschool, de gymzaal was niet meer beschikbaar voor G.D.A. waardoor de afdeling Gymnastiek het moeilijk kreeg.
Er kwamen loopgraven bij de ingang van het G.D.A. terrein en de soldaten maakten gebruik van het voetbalveld, met of zonder toestemming.
In 1940 brak de hel los. Er werd in Loosduinen fel gevochten rond het vliegveld Ockenburgh. Het G.D.A.-terrein fungeerde als tijdelijke begraafplaats.

In augustus 1940 dringt het tot G.D.A. door dat de "hoge heren" besloten hebben tot een fusie van de sportbonden. De I.V.C.B. gaat op in de neutrale Nederlandse Voetbalbond (later Koninklijke). Het ideaal van een sterke roomse sportbeweging lag in scherven.
In december 1940 werd het terrein door de Duitsers gevorderd en G.D.A. mocht er weer 's-zondags wedstrijden spelen. Het G.D.A. bestuur stond voor bijna een onmogelijke taak, er was geen geld, weinig supporters, geen vrije beschikking over het veld, terugloop van het ledental en geringe animo van de leden. Het werd van kwaad tot erger, het derde elftal werd door de bond uit de competitie gezet wegens herhaaldelijk niet opkomen, het vijfde werd teruggetrokken en de boetes liepen hoog op.

In juli 1941 verscheen er een extra editie van het clubblad, waarin het bestuur een poging deed de leden zoveel mogelijk te motiveren. Er werden strenge maatregelen getroffen tegen wegblijvers.
Op een gegeven moment kwam er een verbod voor het spelen van vriendschappelijke wedstrijden maar de afdeling Gymnastiek gaf een geslaagde demonstratie en in augustus 1941 zorgde de afdeling Athletiek voor een leuke sportdag.

In augustus 1942 kwam er via de geestelijk adviseur van de Katholieke bond een verpletterend bericht binnen. In opdracht van de Deutsche Polizei moest de vereniging G.D.A. worden ontbonden.
In oktober 1942 kwam het bestuur echter weer gewoon bijeen. De ontbinding van de vereniging en de in beslagneming van geld en goederen was kennelijk geen werkelijkheid geworden.
Het verenigingsleven draaide zo goed en zo kwaad als het ging gewoon door.
In de tweede helft van 1944 namen de problemen wanstallige vormen aan. Er was een uitgangsverbod na 21.00 uur, de honger stak zijn kop op en er werden razzia's gehouden. De competitie ging in september niet meer van start.
Duitse troepen werden gelegerd in de Sint Petrusschool en het G.D.A.-terrein lag er uitnodigend naast.

De opbouw van G.D.A. na de oorlog

In februari 1945 vallen er bommem in Loosduinen. Ook het G.D.A. terrein kreeg enkele voltreffers. Als op 5 mei 1945 de bevrijding komt is het G.D.A. bestuur al lang in beweging.
Al in mei 1945 rolt het eerste clubblad van de stencilmachine en hield het bestuur met alle leden een belangrijke praatavond waarin werd afgesproken dat alle krachten binnen G.D.A. gemobiliseerd werden. Het zwaar gehavende G.D.A.-terrein kon wel een opknapbeurt gebruiken! Op 7 oktober 1945 was het eindelijk zover, het G.D.A.-terrein kon opnieuw worden geopend.
De voetbal ging weer rollen. De junioren speelden ook weer, al waren ze niet al te fraai uitgedost en hadden ze nog geen voetbalschoenen,, het plezier was er niet minder om.

Voor het eerste en tweede elftal werd er een goede trainer in de naam van Herman Choufoer aangetrokken. Na het zoveelste meningsverschil met het Kerkbestuur zag het bestuur van G.D.A. het eigenlijk niet meer zitten, maar opeens kwam er steun uit een onverwachte hoek. Trainer Herman Choufoer kwam met diversen inspirerende voorstellen om het verenigingsleven binnen de club gezelliger te maken. De clubtent moest gezelliger gemaakt worden, G.D.A. moest mee gaan doen aan de Westlandse competitie en er moest een supportersvereniging opgericht worden.
De prestaties van het eerste elftal gingen omhoog. G.D.A. eindigde in het seizoen 1947-1948 als tweede en werd bovendien Westlands kampioen.
In 1948 kreeg G.D.A. ook nog de beschikking over een veld op Ockenburgh.

In het begin van 1949 kwamen er echter weer donkere wolken aan de "bestuurlijke hemel". G.D.A. was financieel weer in de problemen geraakt. Er moest gewoon een sterke man komen bij G.D.A. Op een Buitengewone ledenvergadering werd Piet Bergenhenegouwen gekozen als nieuwe voorzitter van de club.
Het verenigingsleven bloeide weer op ondanks een tijdelijke daling van het ledental als gevolg van de oprichting van voetbalvereniging Verburch.

G.D.A. in de jaren 1950 t/m 1959

De resultaten van het eerste elftal waren zwak. In het voorjaar van 1950 vocht G.D.A.1  elke wedstrijd voor lijfsbehoud en dit leverde fantastische sport op met veel publiek. Tijdens een wedstrijd tegen koploper VCS werden er rondom het veld veilingkistjes gezet zodat ook de tweede en derde rij toeschouwers de wedstrijd goed konden volgen.
Aan het eind van de competitie bleek dat G.D.A. gelijk was geëindigd met Cromvliet. Op 2e Paasdag volgde er een legendarische beslissingswedstrijd op Houtrust. G.D.A. wist op een zeer druk bezocht Houtrust deze wedstrijd Cromvliet met maar liefst 6-0 te verslaan. De penningmeester was na afloop van dit seizoen erg blij. Door al die "knokwedstrijden", de fancy-fair en het "Houtrust succes" was ineens het kastekort verdwenen, G.D.A. was weer schuldenvrij!

Ondertussen was voorzitter Bergenhenegouwen de houding van het Kerkbestuur meer dan zat. Er werd door Jan en alleman gebruik gemaakt van het terrein zonder toestemming of medeweten van de huurder G.D.A. Enige tijd later werden de wederzijdse grieven tussen Kerkbestuur en G.D.A. uitgepraat. Het Kerkbestuur ging uiteindelijk akkoord met het door G.D.A. voorgestelde contract. De huur kwam op f.500,= per jaar en G.D.A. werd, afgezien van enkele begrijpelijke beperkingen, baas in eigen huis.
Hiermee werd het G.D.A. bestuur eigenlijk voor het eerst erkend en kreeg men ruimte. Het bestuur won aan zelfvertrouwen en alles binnen de vereniging ging ineens veel beter.

Voorzitter Piet Bergenhenegouwen had zijn werk perfect gedaan en G.D.A. weer op koers gebracht. In 1953 gaf hij de voorzittershamer over aan Gé Janssens en Piet Bergenhenegouwen werd benoemd tot Erelid van G.D.A.
De kwestie Ockenburgh was binnen de club een moeilijk oplosbare zaak. Een groot deel van het voetballeven van G.D.A. speelde zich daar op dat oude wijde vliegveld af. G.D.A. had daar een veldje aan de slootkant (later kwam daar nog een veld bij). Het was er onherbergzaam en onpersoonlijk, de velden lagen volkomen onbeschut. De junioren en het merendeel van de senioren waren op dit terrein aangewezen.

In het seizoen 1955-1956 werd er bij G.D.A. een zaterdagafdeling opgericht. In oktober 1955 speelde G.D.A. 1 zijn eerste wedstrijd tegen Insulinde.
In dit zelfde seizoen werd het G.D.A. clubgebouw overgeschilderd in de kleuren rood en wit.
In juni 1956 werd voorzitter Janssens opgevolgd door de nieuwe voorzitter Nico Verheij, één van de grootste voortrekkers uit de voorbije periode van G.D.A.
In juli 1958 toonde de club trots een nieuw succes: de egalisering en asfaltering van de paden rond het voetbalveld door de gemeente. Ook werd er in dit jaar een tweede veld gehuurd op Ockenburgh, nadat eerst van alles was geprobeerd om elders ruimte te vinden.

OP 19 april 1959 speelde G.D.A. voor de beker in het Zuiderpark tegen de profs van ADO. G.D.A. oogste veel roem in deze wedstrijd. Voor vele duizenden toeschouwers kwam G.D.A. na een 2-0 achterstand terug in de wedstrijd door een doelpunt van Toon van Gaalen. Een gelijkspel zat er net niet in omdat een ziedend schot van de vlijmscherpe spits Nico Oosenbrug de paal trof. 

Zo druk was het bij de bekerwedstrijd van 3e klasser GDA tegen eredivisieclub ADO (later in het seizoen bekerfinalist) in het Zuiderpark.

G.D.A. in de jaren 1960 t/m 1969

Het jaar 1960 was voor G.D.A. een goed jaar. De voetbalprestaties waren goed en, mede dankzij de opbrengsten van de voetbal-toto en kantineomzet, ging het de club financieel ook voor de wind.
Geheel onverwachts trad plotseling voorzitter Nico Verheij af. Hij kwam tot zijn besluit omdat volgens hem de club G.D.A. het niet meer zo nauw nam met het predikaat Rooms-Katholiek. Steeds meer leden verloren het contact met de kerk. Leo Nederpel volgde Nico Verheij op als voorzitter. 

Binnen G.D.A. hield echter de succesreeks gewoon aan. Er werd een nieuwe barinstallatie annex koelcel geplaatst, de riolering werd vernieuwd, evenals de geluidsinstallatie en na jaren wikken en wegen werd er een zware toevoerkabel getrokken vanaf de Emmastraat om de nieuwe lichtmasten te kunnen voeden.
In 1961 nam de jeugd voor het eerst deel aan een zomerkamp van de N.K.S. te Zundert. Bij het begin van seizoen 1962-1963 was het ledenaantal bij G.D.A. opgelopen tot maar liefst 377.
Midden in deze groeiperiode vierde G.D.A. in april 1962 haar 40 jarige bestaan. Op dit feest maakte de pastoor bekend dat een strook van de Pastorietuin werd opgeofferd voor het aanleggen van een geasfalteerd trainingsveldje.

Na het behalen van een fraaie tweede plaats in seizoen 1960-1961 daalden de prestaties van het eerste elftal. Eén van de oorzaken hiervan was dat Frans van Gaalen emigreerde naar Australië en stervoetballer Gerrie Hup een contract bij ADO had gekregen.
In maart 1963 stelde Hoofdjuniorenleider Cor Thoen zijn functie ter beschikking. Piet van der Lans, nog erg jong en onervaren, had de moed de vacante functie over te nemen. Jaren later bleek toch wel dat Piet van der Lans aan de basis lag van een nieuwe bloeiperiode van de jeugdafdeling.
In het seizoen 1964-1965 krijgt trainer van Dijk als eerste, buiten de elftalcommissie om, de bevoegdheid om het eerste en tweede elftal op te stellen.
In het seizoen 1965-1966 degradeerde G.D.A. (na ruim 25 jaar in de 3e Klasse te hebben gespeeld) naar de 4e Klasse.

Verslechtering G.D.A. accommodatie

In 1967 werd er van alles aan gedaan om de kantine, vergader-en kleedruimtes bewoonbaar te houden en zelfs te verfraaien. Zo werden er bijvoorbeeld maatregelen genomen om het clubgebouw te voorzien van een aansluiting op het aardgasnet. De bestuurskamer werd weer eens opgeknapt en er vonden diverse verbouwingen plaats om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten.

 

De kantine en kleedkamers op het terrein aan de Emmastraat achter de kerk. Achter de GDA-gebouwen de hallen van de Loosduinse groenteveiling.

Maar op den duur ging G.D.A. toch inzien dat de mogelijkheden op dit terrein aan de Emmastraat te beperkt waren. Bovendien waren de omstandigheden "buiten" nog aanzienlijk slechter. Het terrein kon in de loop van het seizoen nauwelijks meer bespeelbaar worden gehouden.
De belasting was gewoon veels te hoog, onder meer door de vele wedstrijden en een uitgebreid trainingsprogramma.
Gelukkig kwam juist in deze moeilijke periode een hal beschikbaar op het veilingterrein waar getraind en gevoetbald kon worden. Het was geen luxe sportpaleis (onverwarmd, zonder kleedruimte en weinig ideale vloer) maar vooral de jeugd maakte hier gretig gebruik van.

De voetbalprestaties van het eerste team lieten ook niet veel te wensen over. In het seizoen 1968-1969 kon men zich maar net ontrekken aan degradatie naar de H.V.B. Het ledenaantal bij G.D.A. nam wel alleen maar toe en was inmiddels opgelopen tot boven de 400.
Langzamerhand sijpelde de kille werkelijkheid door in de bestuurlijke gelederen. G.D.A. zat gevangen achter de mooie toegangspoort en moest daar weg, maar waarheen?

Op 15 juni 1969 volgt Rinus Kok voorzitter Herman van Daalhoff op. Rinus Kok had gelijk een tamelijk compleet nieuw beeld van G.D.A. voor ogen en hij had ook gelijk een visie over de toekomst van G.D.A.
Zijn idee spitste zich toe op twee hoofdpunten; de accommodatie en de bestuurlijke organisatie. De accommodatie werd prioriteit nummer één! Dat ene, lieflijke, nostalgische terreintje achter de kerk was een enorme hindernis voor de noodzakelijke ontwikkeling bij G.D.A., er moest veel meer ruimte komen. Ruimte voor een groot sportcomplex met mogelijkheden voor meer sporten, ook voor vrouwen.

G.D.A. in de jaren 1970 t/m 1979

Rinus Kok was geen afwachter en hij ging direct praten met de gemeentelijke instanties maar het resultaat was niet echt bemoedigend. Op het bestaande plan "Madestein" waren n.l. geen sportvelden geprojecteerd. Kok ging nogmaals met de wethouder praten en deze wethouder liet zich zelfs verleiden tot een bezoek aan de G.D.A.-tent.
Het bestuur kon nog steeds niet veel doen maar besloot toch om een bouwfonds te vormen. Dit bouwfonds was bedoeld voor het kostbare onderhoud van de oude tent en, als er nog geld overbleef, als spaarpotje voor eventuele nieuwbouw.
De leden van G.D.A. dachten dat het allemaal niet zo'n vaart zou lopen maar op 26 juni 1970 stelt het bestuur aan de ledenvergadering voor contact op te nemen met de gemeente Den Haag met als doel: "de verhuizing van G.D.A.". Vrijwel iedereen bij G.D.A. bleek hier achter te staan.

In september 1970 liet het gemeentebestuur weten dat er nu ineens wel sportvelden zijn geprojecteerd in het nieuwe bestemmingsplan "Madestein". De mist trok op en G.D.A. kreeg ineens perspectief op een nieuw terrein op Madestein. Het overleg met de gemeente kwam op gang. Het huurcontract met de Kerk werd wel vernieuwd, rekening houdend met de mogelijkheid van een verhuizing.
G.D.A. vierde haar 50-jarige jubileum en o.a. wethouder Pieter Vink was uitgenodigd. Natuurlijk hield Pieter Vink een speech maar in die speech zat een enorme verrassing; G.D.A. krijgt een eigen sportpark in Madestein met drie velden. Heel G.D.A. juichte, een mooier jubileumkadoo kon de club niet krijgen.
Na het feest kwam de G.D.A.-trein pas echt op gang. De eerste plattegrond van het sportpark verscheen al snel in de kantine.

In april 1973 werd de werkgroep Realisering Nieuwbouw (later gewoon Bouwfonds genoemd) geïnstalleerd. Jan van Kleef nam de nieuwe uitdaging aan en stelde zich beschikbaar als coordinator. In december 1973 gaat de gemeenteraad formeel akkoord met de aanleg van "Madestein II". Het bouwfonds was inmiddels al opgelopen tot maar liefst f.50.000,=. Architect Ton van Deurlo zette nog wat artistieke punten op het ontwerp van de gebroeders Borsboom, die vrolijk het verdere tekenwerk voor hun rekening namen.
Op 27 november 1974 hechtte Gedeputeerde Staten zijn goedkeuring aan het plan "Madestein II", de aanleg kon beginnen. Een maand later passeert het Bouwfonds de magische grens van maar liefst f.100.000,= en de acties om geld in te zamelen werden alleen maar groter.
In november 1975 was de begroting en het exploitatie-overzicht van de nieuwbouw gereed en de subsidie kon worden aangevraagd. G.D.A. zette een certificaatlening uit. Op 20 februari 1976 ging de eerste paal de grond in. Op 26 augustus 1976 begon het epos van zelfwerkzaamheid in de bouw. Dagelijks was er een ploeg van zo'n 30 man in de weer.
Op 17 oktober 1976 werd de bouw afgerond en op 30 oktober vond de officiële opening plaats. De aanblik van het ruime, ultra moderne gehoekte clubgebouw was schitterend. De G.D.A.-trein was aangekomen in het beloofde land, de bemanning is uitzinnig. "G.D.A. uit Loosduinen is living on the top of the world"!

Voorzitter Kok ging vervolgens aan het werk met de bestuurlijke organisatie. Het bestuur werd teruggebracht naar 5 personen en er werden verschillende commissies samengesteld. Deze commissies kregen een grotere zelfstandigheid. De besturing van de commissies zou worden geregeld door middel van richtlijnen, algemene commissievergaderingen en periodieke gesprekken tussen bestuur en de afzonderlijke commissies.

Prestaties G.D.A. 1 zondag

Na de degradatie van het eerste elftal hadden veel G.D.A.-ers gehoopt op een snelle terugkeer naar de 3e Klasse maar dat viel zwaar tegen. G.D.A. 1 kon zich vaak maar ternauwernood handhaven in de 4e Klasse en het bestuur ging op zoek naar middelen om de prestaties te verbeteren.
De komst van trainer Jan de Jong in 1972 bracht een spectaculaire opleving. Tweemaal achtereen reikte G.D.A. tot de tweede plaats, hetgeen in 1974 zelfs uitzicht bood op promotie. De eerste promotiewedstrijd tegen plaatsgenoot De Postduiven leverde, door een ziedende kogel van Paul Peeters, een 1-0 zege op. Maar hierop volgden nederlagen tegen V.F.C. en Rijpwetering, beide met 1-0. De illusies waren voorlopig voorbij.
Trainer Peter Palstra nam in het seizoen 1974-1975 het roer over van Jan de Jong maar kon de opgaande lijn bij het eerste elftal niet handhaven en nam zelfs voortijdig afscheid. Begin 1975 nam Dick Mos de trainingen van de A-selectie op zich. Als oud jeugdtrainer probeerde hij versneld een verjonging door te voeren ter versterking van de eenheid in de ploeg en daarmee ook de kwaliteit. Het lukte net niet. Dick Mos werd getroffen door een ernstige ziekte en kon het seizoen niet afmaken. Jan de Jong, een man die een plaats had verdiend in het hart van de G.D.A.-ers bleek bereid de functie van Dick Mos over te nemen, maar hij stond voor een onmogelijke opgave. Uiteindelijk moest G.D.A., na een 2-1 nederlaag tegen Tediro, afscheid nemen van de 4e Klasse en dus ook van de K.N.V.B.
Het eerste seizoen in de H.V.B. speelde zich voor G.D.A. af in de onderste regionen. Daarna kwam er geleidelijk enige vooruitgang in de prestaties.

Afscheid van laatste geestelijk adviseur

Het jaar 1977 bracht G.D.A. twee opmerkelijke feiten. Laurens van der Lans werd ingeschreven als het 500-ste lid van G.D.A. en de laatste geestelijk adviseur, kapelaan J. van Roode, nam afscheid van G.D.A. En dit nadat net de zoveelste discussie over de naamgeving G.D.A. en de Katholieke identiteit nog maar net was uitgestorven. G.D.A. verloor in kapelaan Van Roode een trouwe, goed vriend en, volgens voorzitter Kok, en bestuurslid zonder portefeuille. Een verrassend grote groep leden besefte ineens dat aan een rijke traditie van zo'n 55 jaar ineens een einde was gekomen.
Op de ledenvergadering van 13 oktober 1977 werd kapelaan Van Roode benoemd tot Erelid. In hem werden al zijn voorgangers geëerd voor hun rijke inbreng in de vereniging.
Niet zoveel later, in mei 1978, nam ook voorzitter Rinus Kok afscheid van G.D.A. Ook hij werd benoemd tot Erelid. Daarmee werd het respect uitgedrukt voor een man die rustig, zonder veel ophef, maar ook helder van geest en met grote vasthoudendheid, wist te bereiken wat moest worden bereikt: G.D.A. op een eigen sportcomplex.

G.D.A. in de jaren 1980 t/m 1989

Voor het seizoen 1979-1980 werd trainer Theo Kleindijk aangetrokken. Theo Kleindijk was een prestatietrainer en voor hem moest G.D.A. flink in de buidel tasten. De discussies hierover barstte los binnen de vereniging en ook de selectie moest hieraan enorm wennen. Een enkeling uit de selectie haakte zelfs mokkend af maar de resultaten werden wel snel beter.
In 1980, toen het bestuur aarzelend begon na te denken over een eventuele ledenstop, werd een voorlopige piek bereikt van 600 leden.

Het verenigingsleven bloeide in vele opzichten op en de kantine-omzet vloog omhoog. De G.D.A.-kantine gonste van bedrijvigheid en altijd was er wel wat te vieren. Na een paar jaar was de roes voorbij. De commissies hadden geklaagd want al het werk kwam eigenlijk neer op een kleine groep mensen. De wildgroei aan feesten en andere festiviteiten moesten worden ingetoomd.
In augustus 1980 kwam het trieste bericht dat Leo Borsboom op pas 34 jarige leeftijd was overleden. Leo had de speelse grondvormen van het huidige clubhuis bedacht en uitgewerkt.
In 1981 promoveerde het tweede elftal naar de K.N.V.B. maar het eerste elftal struikelde in de beslissende wedstrijd tegen B.T.C. In het seizoen daaropvolgend (1981-1982) was het wel raak. Uitgerekend op 27 april 1982, de dag van het 60-jarige bestaan van G.D.A. werd het eerste elftal kampioen in de wedstrijd tegen GONA. De jubileumviering werd hierdoor extra uitbundig gevierd.


Promotie naar de 4e klasse op 25 april 1982 na een verblijf van 6 seizoenen in de HVB

In seizoen 1982-1983 draaide het eerste elftal goed mee in de 4e Klasse K.N.V.B. en mengde zich steeds meer in de strijd om een toppositie.
De dames van G.D.A. presteerde ook enorm goed en maakte op die manier veel propaganda voor G.D.A. In 1983 werd Piet van der Lans benoemd tot Erelid van G.D.A. Jarenlang was hij als jeugdsecretaris de grote animator van de jeugdafdeling.

Onder de G.D.A.-leden ontstond het idee om een zogenaamde club van 100 op te richten, o.a. voor de bouw van een tribune maar het bestuur hield die bouw af. Zoveel publiek trok G.D.A. nu ook weer niet! Bovendien vertoonde het ledental een dalende tendens en liepen de nota's en energierekening flink op dus het standpunt vanhet bestuur was voorlopig geen grote projecten.
Het bestuur maakte zich ook grote zorgen over de samenwerking binnen de vereniging, er was teveel geruzie. De interesse van de leden was niet al te groot en ook de Algemene Ledenvergaderingen werden slecht bezocht.

Medio 1986 speelde voorzitter Berendse met de gedachte om op te stappen. Hij was overigens niet de enige die vermoeidheidverschijnselen vertoonde maar opvolgers stonden niet bepaald in de rij.
Het bestuur nam uiteindelijk de beslissing om aan te blijven en riep de leden op tot samenwerking en meer verdraagzaamheid.
Deze oproep wierp zijn vruchten af. Het doelloos rondzwaaiend idee om het groots aan te pakken schoot plotseling wortel.
G.D.A. wilde een sporthal bouwen en de sporthalcommissie aanschouwde het levenslicht. G.D.A. vroeg toestemming aan de Gemeente voor de bouw van deze sporthal maar de gemeente maakte er geen haastwerk van.

Er was trouwens veel meer aan de hand in sportief Den Haag. In 1987 verscheen er een rapport van de K.N.V.B. over de posities van de amateurclubs in het algemeen. De situatie was tamelijk alarmerend!
De terugloop van het ledental was bij veel clubs aanzienlijk en daardoor raakte veel clubs in de gevarenzone. Bij G.D.A. ging het gelukkig helemaal zo slecht nog niet.
Een nieuw verontrustend signaal bereikte G.D.A. Madestein werd gezien als aantrekkelijk bouwterrein en daardoor zouden er sportvelden moeten verdwijnen.

Dat waren een aantal sombere berichten maar het seizoen 1988-1989 had gelukkig ook zijn positieve kanten. Het ledental groeide weer en 1989 droeg alle kenmerken van een jubeljaar.
Het mooiste wat G.D.A. kon overkomen werd in dit seizoen werkelijkheid. G.D.A.1 werd kampioen van de 4e Klasse K.N.V.B. na een 3-0 zege op sv Wassenaar. De promotie naar de 3e Klasse was een feit en hier had heel G.D.A. maar liefst 23 jaar lang naar uitgekeken. Overigens werd ook het 2e elftal in dit seizoen kampioen een deelde volop in de feestvreugde mee.

G.D.A. in de jaren 1990 t/m 1999

In het seizoen 1989-1990 wist G.D.A.1 zich redelijk in de 3e Klasse te handhaven. Er was zelfs even kijk op het behalen van een periodetitel. Maar na afloop van de competitie volgde er een grote teleurstelling voor de hunkerende achterban. De selectie onderging een zware aderlating want maar liefst 10 spelers verdwenen  om uiteenlopende redenen bij G.D.A.
In het seizoen 1990-1991 kon G.D.A.1 nog net ontkomen aan degradatie maar het 2e en 3e elftal degradeerde wel. In het seizoen 1991-1992 moest G.D.A. dan toch het hoofd buigen en degradeerde men alsnog uit de 3e Klasse K.N.V.B. De uittocht van de vele selectiespelers had uiteindelijk dan toch zijn tol geëist.

De teleurstelling was binnen G.D.A. gelukkig niet zo groot want men had hier al een beetje rekening mee gehouden. De club had het trouwens druk genoeg rond de sporthal in wording. Op dit gebied werd, voorzichtig gezegd, aardig "gescoord".
Een zorgvuldig opgezette superloterij werd een onverwacht succes. Van zoveel medewerking had niemand bij G.D.A. ooit van durven dromen.
De kantinecommissie werd ook verblijd met de mededeling dat de elftallen voortaan bij toerbeurt zouden assisteren aan de bar.

Binnen G.D.A. waren er nog wel veel problemen, vooral op financieel, fiscaal, juridisch en organisatorisch gebied. De bestuursleden besloten dan ook dat de toekomstige sporthal voor allerlei doeleinden moest worden gebruikt, ook door mensen buiten de vereniging.
In 1992 nam Koos Langstraat samen met enkele anderen het initiatief om te komen tot verbetering van de G.D.A.-organisatie. Het bestuur stond voor dit initiatief open en tijdens een jaarvergadering werd de commissie G.D.A.-2000+ ingesteld met als doel: advies uit te brengen aan de ledenvergadering ter verbetering van de huidige organisatie, ten einde de jeugd maar ook de seniorenleden een gezonde toekomst te bieden op sportief, organisatorisch en financieel gebied. De commissie bestond uit Leon Steijn, Koos Langstraat, Ferry Jeursen en Henk Oosterwijk.

In juni 1993 verscheen het rapport met knelpunten in de bestaande organisatie en aanbevelingen ter verbetering. Het rapport werd aangeboden en besproken op de Algemene Ledenvergadering van 17 september 1993. De vergadering stelde zich in grote lijnen achter het ambitieuze plan. De commissie G.D.A.-2000+ besloot zichzelf op te heffen in de wetenschap dat in ieder geval 2 commissieleden (Koos Langstraat en Leon Steijn) zitting zouden nemen in het bestuur van G.D.A.

Enkele maanden later werd het echter al duidelijk dat de mogelijkheden om tot krachtig en integraal vernieuwingsbeleid te komen niet optimaal waren. Wel konden enkele belangrijke zaken worden aangepakt en met succes!
Zo werden aanzetten gedaan om te komen tot verbetering van de spelkwaliteit. De jeugdselectie kreeg op elk niveau een betaalde trainer en de aanstellingscrireria voor de trainers werden aangescherpt, met name ook voor de hoofdtrainer van de zondagselectie. Verder werden er de trainingsprogramma's beter op elkaar afgestemd en werd er meer lijn gebracht in de keuze van de selectiespelers.

In 1995 werd een nieuwe douche-installatie aangebracht en wat later werd ook de centrale verwarming van het clubgebouw gemoderniseerd. Ook werd één van de bijvelden voorzien van verlichting ter vergroting van de train en speelmogelijkheden.

Seizoen 1994-1995 G.D.A.1 kampioen

Bij al die mooie resultaten bij G.D.A. komt dan ook nog het kampioenschap van het 1e elftal bij. Op 23 april 1995 werd G.D.A. 1 o.l.v. trainer Maarten Rog kampioen van de 4e Klasse C na een 5-1 overwinning op concurrent Groen Wit'58. G.D.A. was weer terug in de 3e Klasse!
In september 1995 werd er een grotendeels vernieuwd bestuur gepresenteerd dat door de leden dankbaar werd aanvaard. Lex Jos werd de nieuwe voorzitter van dit nieuwe bestuur

We zijn nog op zoek naar de historie van G.D.A. van na 1995.....

 

 

Klik hier voor het vervolg van de geschiedenis van GDA

 

 

Naar alle clubs