|
|
| A | B | C | D | E | F |
| G | H | I | J | K | L |
| M | N | O | P | Q | R |
| S | T | U | V | W | X |
| Y | Z |

| A | B | C | D | E | F |
| G | H | I | J | K | L |
| M | N | O | P | Q | R |
| S | T | U | V | W | X |
| Y | Z |
Lang, heel lang geleden toen de stoomtram nog door de Haagse straten daverde en een voetbalclub nog een footballclub heette werd RVC geboren. We schrijven 22 februari 1915.
Kort na het uitbreken van De Eerste Wereldoorlog durfde de drie jongemannen H.de Lusenet, W.Versteeg en H.Hardorff (+/-18 jaar) het om onder moeilijke omstandigheden om met enkele kameraden een clubje op te richten die zich zou gaan toeleggen op het steeds populairder wordende voetbalspel. Vervolgens werd er een oprichtings-vergadering belegd in Café "De Kroon" in de Boekhorststraat te Den Haag. Er werd gekozen voor de naam D.O.S.
De nieuwe voetbalvereniging mocht zich als buurtclub, omgeving Scheeperstraat te Den Haag, al spoedig in een grote belangstelling verheugen. Het eerste bestuur, bestaande uit B. Peeters, W.versteeg, H. de Lusenet, P. Brakke en L. Hardorff, zat dan ook niet stil en tal van spelers traden als lid toe. Enkele namen van deze spelers waren: A. Hardorff, Ch. de Lusenet, M. Martinius, P. Verver, B. Strik, W. Strik, Chr. Strik, Jaap Kieviet, Piet Kieviet, Chr. Kerkvliet, Kees de Graaff en Henk de Groot.
De eerste speelgelegenheid van D.O.S. werd de z.g.n. "Hooge Weide", een terrein waar later de Vaalrivierstraat werd gebouwd. Reeds een week later speelde D.O.S. haar eerste wedstrijd tegen St. Wilhelmus uit Voorburg en won met 2-0.
Zoals gezegd koos men in eerste instantie voor de naam D.O.S, maar omdat er al een voetbalclub bestond met deze naam werd er nu noodzakelijk voor R.V.C. gekozen. R.V.C. stond voor Residentie Voetbal Club.
De beginjaren van R.V.C. waren zeer succesvol. Het voorzitterschap kwam in handen van Ben Peeters die niet alleen een goed voetballer was, hij bleek ook over zeer bekwame bestuurlijke kwaliteiten te beschikken. Omdat er steeds meer spelers zich bij de club aanmeldde werd er al spoedig een tweede elftal geformeerd.
Al snel moest R.V.C. het terrein "Hooge Weide" alweer verlaten en verhuisde de club naar een terrein aan de Copernicuslaan te Den Haag.
R.V.C. speelde in het begin alleen maar vriendschappelijke wedstrijden maar omdat het eerste elftal van R.V.C. in de vriendschappelijke wedtrijden, van zich had doen spreken, werd de club in het seizoen 1916-1917 door het bestuur van de toenmalige Haagsche Voetbal Bond bij keuze in de 2e Klasse ingedeeld.
In deze jaren waren de speelvelden nog geen modern, gedraineerd en met zorg onderhouden terrein. Het waren meer braakliggende gronden, bestemd voor de toekomstige stadsuitbreiding. Van belangstelling van de Gemeentebesturen voor de voetbalsport was in die tijd, op sporadische uitzonderingen na, nog geen sprake.
Bij aanvang van het seizoen 1917-1918 moest R.V.C. dus wederom verhuizen, ditmaal naar de locatie "Westduinen" bij Hanenburg.
Voor aanvang van het seizoen 1918-1919 volgde er de volgende verhuizing. R.V.C. trok samen met de voetbalverenigingen ADO en SVC naar het mooie complex in het Westbroekpark. Dit betekende dus voor R.V.C. de vierde verhuizing in 4 jaar tijd! Op dit complex begon R.V.C. te spelen met alweer vier seniorenelftallen.

Een RVC-gezelschap op het terrein in het Westbroekpark.
Voor het 1e elftal van R.V.C. braken vervolgens glorietijden aan. In het seizoen 1917-1918 behaalde men het kampioenschap van de 2e Klasse A HVB binnen en promoveerde hiermee naar de 1e Klasse. Het seizoen 1918-1919 daaropvolgend kon er wederom een kampioenschap gevierd worden, ditmaal van de 1e Klasse B van de HVB en deed het elftal hiermee zijn intrede in de 3e Klasse der N.V.B. (Nederlandsche Voetbal Bond).
In deze periode bij het Westbroekpark kwamen bij R.V.C. ook de jeugdelftallen (in die tijd aspiranten genoemd) naar voren. Enkele bekende namen van jeugdspelers bij R.V.C. in die tijd waren; G. Noordanus, Pim Swiebel en Henk de Jong.
Het succesverhaal van het 1e elftal hield maar niet van ophouden want tot stomme verbazing van geheel sportlievend Den Haag werd R.V.C. in seizoen 1919-1920 ook nog eens kampioen van de 3e Klasse B van de NVB. Een ongelofelijke buitengewone prestatie want hiermee behaalde klom de club in 5 jaar tijd op van ongeorganiseerd straatvoetbal naar de 2e Klasse van de Nederlandsche Voetbal Bond.
Een van de eerste foto's van een RVC-elftal
Maar niet alleen het 1e elftal van R.V.C. maakte in het seizoen 1919-1920 furore! Ook het 2e- en 3e- elftal werden kampioen, respectievelijk in de 2e- en 3e Klasse van de HVB en promoveerden beide naar een hogere Klasse. Een waar gloriejaar dus voor R.V.C.
In het vijfde levensjaar van R.V.C. kwam de voorzittershamer in handen van Joh. Duiveman.
In het eerste jaar dat R.V.C.1 in de 2e Klasse van de N.V.B. uitkwam kreeg de club het gelijk moeilijk. In deze 2e Klasse, die in die tijd slechts één verdieping lager was dan het voetbal-walhalla van de jaren twintig, moest men o.a. de strijd aangaan tegen clubs als Unitas, Excelsior en DHC. Na twee beslissingswedstrijden werd er, zij het met minimaal verschil, verloren van DHC en zodoende degradeerde R.V.C. in 1921 alweer uit deze 2e Klasse. R.V.C. zou tot de jaren zestig meestal in de 3e klasse van de (K).N.V.B. blijven uitkomen.
In 1922 volgde er voor de club een volgende verhuizing. R.V.C. moest het Westbroekpark verlaten en vond nu een terrein aan de Laan van Meerdervoort. Er werd voor dit terrein een houten tent gekocht van de toen nog bestaande Rijswijkse Wielerbaan. Er was echter één probleem want vervoer per vrachtwagen bleek voor de club te duur uit te komen want R.V.C. had met financiële moeilijkheden te kampen. Voorzitter Duiveman kwam vervolgens met het idee om deze houten tent per schuit te gaan vervoeren. Zo gezegd zo gedaan en met Joh. Duiveman zelf aan het roer werd het houten clubgebouw overgevaren..
Eenmaal de hele tent weer opgebouwd besloot men op deze kantine met grote letters de schitterende spreuk: "VOETBALLERS, IN HET WAARACHTIGE BELANG ONZER MOOIE SPORT, BLIJF ALTIJD SPORTIEF" aan te brengen.

Grote teleurstelling heerste er nog steeds na de degradatie van het 1e elftal naar de 3e Klasse. De eerste taken binnen de club waren nu om ervoor te zorgen dat R.V.C. minstens een goede 3e Klasser zou blijven en zo mogelijk nog meer aandacht aan de jeugd te besteden.
In 1923 brak er binnen R.V.C. ook nog eens een periode van moeilijkheden aan. De club verkeerde in een crisis want de sfeer binnen de vereniging was niet best. Het R.V.C.-bestuur kwam bij elkaar en vond een algehele reorganisatie noodzakelijk. Tijdens deze vergadering vonden er bestuurswijzigingen plaats en maar liefst een 20-tal leden, welke volgens het bestuur het bestaan van R.V.C. ernstig ik gevaar hadden gebracht, werden van het lidmaatschap ontheven.
Zoals eerder al gezegd, bijna alle voetbalterreinen in die tijd waren meer braakliggende gronden, bestemd voor de toekomstige stadsuitbreiding. Hierdoor werd dus ook het verblijf van R.V.C. aan de Laan van Meerdervoort van korte duur. R.V.C. vond een veld op Houtrust, dat echter alleen ter beschikking stond van het 1e elftal. Wegens het alsmaar toenemende aantal adspiranten (jeugdleden) moest R.V.C. meermalen aankloppen bij andere speelgelegenheden.
De verhuizing van R.V.C. naar het Zuiderpark, tijdens het seizoen 1925-1926, leek eindelijk een einde te maken aan de crisisverschijnselen binnen de club. R.V.C. kreeg in het Zuiderpark de beschikking over twee velden, voldoende dus om uit te groeien. Overigens werd de gehele houten kantine, wederom per schuit, naar het Zuiderpark werd vervoerd.
De entree van het RVC-veld in 1924 bij het Zuiderpark.
Desondanks de maatregelen binnen de club en de zoveelste verhuizing waren de moeilijkheden bij R.V.C. nog steeds niet ten einde. Er was ook nog eens narigheid van financiële aard ontstaan. Al het kasgeld van de club was n.l. belegd in Staatsstukken die helemaal niet bestonden. Bovendien verlieten een aantal belangrijke spelers de vereniging en weer anderen wensten niet langer voor het eerste elftal uit te komen.
Gelukkig duurde de crisis binnen de vereniging niet zo lang en waren alle moeilijkheden omstreeks 1930 weer helemaal achter de rug. Enkele nieuwe spelers, zoals de gebroeders De Caluwé, J. Riemen, H. Goedman en D. Hooft traden toe als lid van R.V.C.
Voor aanvang van het seizoen 1932-1933 werd er voorafgaande aan de competitie voor het eerst in de historie van R.V.C.1 een oefencampagne gehouden o.l.v. trainer C. van Osch.
Het seizoen 1933-1934 bleek R.V.C. dan weer eindelijk een kampioenschap te brengen en kreeg het 1e elftal zodoende weer de kans om terug te keren naar de 2e Klasse. Helaas wilde dit net niet lukken want in de daarop te spelen promotie-wedstrijden tegen Hoek van Holland en VIOS kwam men net te kort. Tegen VIOS wist R.V.C. nog wel tweemaal (6-2 en 5-1) te winnen. de uitwedstrijd tegen Hoek van Holland werd echter met 5-4 verloren zodat de thuiswedstrijd voor R.V.C. de beslissing moest brengen. Op een bijna uitverkocht ADO-terrein gold R.V.C. toch als de grote favoriet maar helaas verloor de club toch met 0-2, en bleef hiermee zodoende 3e Klasser.
Toch wilde men bij R.V.C. de stijgende lijn voortzetten en werd de zomertraining overgedragen aan de oefenmeester J.Weber. Trainer Weber stelde alles ten doel dat R.V.C.1 in haar vierde lustrumjaar het kampioenschap zou kunnen binnenhalen. Hoewel het eerste elftal lange tijd meestreed om de titel zakte het team helaas aan het einde van de competitie ver af.
>
>
Later hier veel meer historie over R.V.C............
>
>
>
>
>
>
>
>
>
De overval van de Duitse troepen dompelde ons hele land in de oorlogs-ellende. Voor vele voetbalverenigingen in de Haagse regio ontstond er een terreinennood omdat de bezetter sportparken als het Zuiderpark, Ockenburgh etc. voor militaire doeleinden vorderden.
R.V.C. vond hierdoor in het seizoen 1941-1942 onderdak bij de voetbalvereniging V.V.P. Door de deportatie van vele jongenmannen, waaronder dus ook voetballers van R.V.C., die in Duitsland te werk werden gesteld, degradeerde het 1e elftal van R.V.C. in dit seizoen naar de 4e Klasse.
De N.V.B. (het predicaat "Koninklijk" was door de bezetter ontnomen) voerde een zogenaamde noodcompetitie in, dat wil zeggen, dat men voor een kampioenschap twee seizoen moest spelen. In het seizoen 1942-1943 eindigde R.V.C. in de 4e Klasse als tweede, achter V.V.P. Het volgende seizoen wist R.V.C. zowaar het kampioenschap in de 4e Klasse te bemachtigen. Dit hield dus in dat R.V.C., samen met V.V.P., moest gaan uitmaken wie het recht zou krijgen om promotie-wedstrijden te gaan spelen voor een plaats in de 3e Klasse. R.V.C. won, na twee enerverende wedstrijden, deze beslissing en mocht zich zodoende algeheel kampioen van deze 2 jaarlijkse "noodcompetitie" noemen.
Om een plaats in de 3e Klasse moest er nu aangetreden worden tegen D.S.O. De eerste wedstrijd op het D.S.O.-terrein beloofde voor R.V.C. niet veel goeds want D.S.O. won verdiend met 3-2. R.V.C. moest dus in de thuiswedstrijd met minstens twee doelpunten verschil winnen om zich opnieuw te kunnen scharen in de rijen der 3e Klasser. Alle pessimistische voorgevoelens ten spijt, lukte dit met groot machtsvertoon en werd er met maar liefst een 7-2 overwinning het verloren gebied heroverd.
In het seizoen 1944-1945 werd er in Nederland niet meer gevoetbald. De op de "dolle september-dinsdag" in 1944 gevolgde hongerwinter en de steeds meer toenemende druk van de meedogenloze bezetter, hadden de Nationale samenleving als het ware een dodemasker opgedrukt.
Na de bevrijding van Nederland in 1945 hernam Koning Voetbal, zijn wonden likkend, aarzelend het verloren terrein. Langzaam herstelde Nederland van de vele wonden die waren toegebracht en aarzelend begon ook de sport zich weer te hergroeperen. Opnieuw werd door het R.V.C.-bestuur, onder bezielende leiding van voorzitter Piet Verver, de club nieuw leven ingeblazen.
Uiteraard was er na afloop van de Tweede Wereld Oorlog, naast de vele levensbehoeftes, ook een grote schaarste aan speelvelden in Den Haag. Het bestuur van R.V.C. nam hierdoor zelf het heft in handen en ging op zoek naar een eigen geschikte locatie. Men had zijn zinnen gezet op het complex van eigenaar Jonkheer van Vredenburch gelegen langs de Schaapweg en van Vredenburchweg te Rijswijk. Er was echter niet voldoende geld om dit terrein te huren en zodoende zat R.V.C. nu zonder veld. Voetbalvereniging VELO bood de helpende hand en R.V.C. kon zodoende voorlopig bij VELO zijn wedstrijden spelen.
Na veel onderhandelen met Jonkheer van Vredenburch lukte het R.V.C. naar een jaar toch de velden aan de Schaapweg te huren. Gevolg was wel dat de schulden van R.V.C. enorm opliepen want het was één groot weiland dus alles moest gekocht worden. Nadat de verbouwing in volle gang was kondigde de regering een bouwstop af. Voorzitter George Strik van RVC is hoogst persoonlijk naar de raadsheer van de minister gestapt en dankzij zijn vooral emotionele betoog kreeg R.V.C. alsnog een vergunning om te gaan bouwen. Met man en macht werd er aan de bouw van het nieuwe complex begonnen.
Binnen de lijnen kwam R.V.C. helaas nog niet tot geweldige prestaties. Integendeel juist, in deze periode kwamen bij het 1e elftal van R.V.C. de "downs" meer voor dan de noodzakelijke "ups".
>
>
Toen de jaren vijtig waren aangebroken zette de sportieve prestaties van het 1e-elftal zich voort en werd het seizoen 1950-1951 besloten met een degradatie naar de 4e Klasse.
Toch viel er in 1951 gelukkig toch ook nog wat te vieren. R.V.C. betrok in 1951 haar nieuwe complex met twee nieuwe velden aan de Schaapweg. De ingebruikneming van dit terrein met het prachtige clubgebouw ging gepaard met veel feestelijkheden. Aanvankelijk ging het in seizoen 1951-1952 gelukkig weer goed met R.V.C., qua prestaties in de 4e Klasse. De eerste 5 competitiewedstrijden werden allemaal "uit" gevoetbald omdat de velden aan de Schaapweg nog niet speelklaar waren. Deze wedstrijden werden ook nog eens alle gewonnen.
Op zaterdag 6 oktober 1951 werd dan eindelijk het nieuwe complex officieel geopend en George Strik viel de grote eer te beurt de sleutel aan voorzitter Piet Verver te mogen overhandigen. RVC was eindelijk thuis!

De opening van het clubhuis in 1951 aan de overkant van de Schaapweg, waar nu de John F. Kennedylaan is.
Op zondag 7 oktober mocht het 1e elftal van R.V.C. dan eindelijk een "thuiswedstrijd" spelen, en dan ook nog eens tegen de concurrent D.D.C. Alle reden dus voor wederom een feestmiddag. Het werd dan ook een feestelijke dag maar dan vooral voor "de gasten". D.D.C. versloeg n.l. R.V.C. met 1-2 en door deze prestatie nam deze club de koppositie in de 4e Klasse over van R.V.C. Uiteindelijk eindigde R.V.C. dan ook als tweede in de eindstand en wist hiermee het verloren terrein niet in één seizoen terug te winnen.
In het seizoen 1952-1953 kende R.V.C.1 zelfs in de 4e Klasse degradatiezorgen. Dit was toch wel het sportieve dieptepunt van de club maar gelukkig kwam het niet zo ver en bleef R.V.C. dus ternauwernood 4e Klasser. Gelukkig ging het na dit dieptepunt weer beter met de club. Nadat R.V.C.1 zich in het seizoen 1953-1954 redelijk goed handhaafde in de 4e Klasse zag men het seizoen daaropvolgend veel belovende spelers hun intrede doen en werd het eerste elftal net geen kampioen maar eindigde als tweede in de 4e Klasse KNVB.
Eén van de gevolgen van de sterke groei van de jeugdafdeling bij R.V.C. was ook de toeneming van het aantal senioren. Nadat R.V.C. de stagnatie van de na-oorlogse jaren te boven was gekomen, bleef de club maar groeien.
Toen in 1955 het 40-jarig jubileum werd gevierd, kende R.V.C. 287 leden en 275 donateurs en nam de club met maar liefst 20 elftallen aan de verschillende competities deel. Van die 20 elftallen speelden er 18- in de Afdeling 's-Gravenhage en 2-elftallen in de KNVB.
In 1955 kon er binnen de vereniging met grote opgewektheid het 40-jarig jubileum worden gevierd.
>
RVC groeide destijds in korte tijd enorm. Er werd dan ook naarstig uitgekeken naar een derde veld maar toen bereikte RVC een verpletterende mededeling. Na toezegging van de gemeente Rijswijk dat RVC de eerst komende 15 jaar niet hoeft te wijken voor nieuwbouw werd al na 3 jaar deze belofte gebroken.
>
>
Toen in het competitiejaar 1956-1957 de "eigen kweek" in het 1e elftal van R.V.C. kon worden opgenomen, bleek dat de opwaartse lijn, die al enige seizoenen merkbaar was, zou leiden tot een bekroning. Jeugdspelers zoals Henny den Engelse, Piet van Wouw, Henk Blokpoel e.a., naast de routiniers als Dick van Kerpel en Jan Vermeulen deden het zo goed, dat R.V.C. in 1957 de kampioensvlag kon hijsen! Toen volgde er nog promotiewedstrijden om twee plaatsen in de 2e Klasse met Laakkwartier, Papendrecht en OVV. Hoewel er door R.V.C. met veel elan werd gestreden, bleef jammerlijk succes uit. Laakkwartier en Papendrecht bleken de sterksten en promoveerden. De deur naar de 2e Klasse zou voor R.V.C. nog een paar jaar gesloten blijven.
Inmiddels vond penningmeester Bart Strik in 1957, na 34 jaren "trouwe bestuursdienst", de tijd gekomen om voor de jongeren generatie plaats te maken. Dit afscheid ging gepaard met een grootse receptie waar vele prominenten uit de sportwereld acte de présence gaven. Tijdens deze receptie werd de heer Strik het Bondsonderscheidingsteken verleend. Bart Strik was één van die mensen die R.V.C. groot had gemaakt en waaraan de club veel te danken aan heeft gehad.
>
Later hier meer over de jaren vijftig............
>
>
>

Op deze foto uit het eind van de vijftiger in het midden trainer Aat Kant, jarenlang speler van het 1e elftal, ook jarenlang jeugdleider, bestuurslid en organisator van de internationale jeugdtoernooien. Voor al deze verdiensten werd hij tot erelid benoemd. Links en rechts van hem de 1e elftal-spelers Wim Mangelmans en Lou Willems, die beiden een korte carriere bij profclub Den Haag en (Scheveningen) Holland Sport achter de rug hadden.
Ondanks de gedane toezeggingen van de gemeente kon RVC maar korte tijd van het nieuwe clubgebouw genieten. Aan de overkant van de Schaapweg zou een groot sportcomplex verschijnen waarvan RVC een gedeelte zou worden toebedeeld. Toen de aanleg van het Prinses Irene sportpark uiteindelijk voltooid was, verhuisde RVC in 1959 naar de “overkant”.

Eind vijftiger, begin zestiger jaren werd er door RVC ook aan honkbal gedaan, meestal met 2 seniorenteams en 1 jeugdteam. Hier het eerste honkbalnegental op visite bij ADO in het Zuiderpark. Staand v.l.n.r; Rob Würsten (VUC), trainer/coach, Mario Marcolina, Beppie Knoester, Wim Mangelmans, Hans de Jongh, Henk Blokpoel, ??, George Strik (voorzitter) en Hans Blokpoel.
Zittend v.l.n.r; Rob Reijndorp, Henne Strik, Freek Schut, Chris Kerkvliet, Ernst van der Meer, ??, Rob Groenendijken zittend op de grond geheel vooraan een zeer jonge Ron Mangelmans. Wie helpt ons aan meer namen ??
>
>
In 1960 nam R.V.C. afscheid van de man wiens naam al vele malen is genoemd; voorzitter Piet Verver. De heer Verver was 32,5 jaar bestuurslid van R.V.C. geweest waarvan maar liefst 32 jaar voorzitter! R.V.C. heeft heel veel te danken gehad aan Piet Verver maar ook aan mevrouw Verver, die op voortreffelijke wijze in al die jaren de R.V.C.-zorgen met haar man had gedeeld.
George Strik volgde Piet Verver op, zodat het dagelijkse bestuur in 1960 bestond uit de volgende personen: George Strik (voorzitter), Wim Hartnack (secretaris) en Jan de Lusenet (penningmeester).
In het seizoen 1960-1961 ging dan eindelijk de lang gekoesterde wens in vervulling. Het 1e elftal van R.V.C. werd n.l. met een "straatlengte" voorsprong kampioen van de 3e Klasse C en promoveerde hierdoor automatisch naar de 2e Klasse. Hiermee werd na 40 jaar, met veel machtsvertoon, het verloren gebied heroverd.

RVC 1 , kampioen 3e Klasse C seizoen 1960-1961. Staand v.l.n.r: M. Marcolina, H. Blokpoel, P. v. Anraad, J. Vermeulen, J v.d. Zeeuw, J. v.d. Oever, D. v. Kerpel, J. Kouwenhoven en D. Klop (grensrechter). Zittend F. v.d. Nolk v. Gogh (trainer), C. Buurmans, J. Speelman, W. Mangelmans, A. v.d. Zant, M. Overzee, B. Wasmus en F. Schut.
Nadat het seizoen 1961-1962 op een, voor een pas gepromoveerde club, redelijke wijze in de 2e Klasse was beëindigd, werd in het seizoen 1962-1963 met de hakken over de sloot door R.V.C. het tweede Klasseschap behouden.
>
Later hier meer over de jaren zestig bij R.V.C.
>
>
Karel Jansen was bij aanvang van dit seizoen de opvolger van trainer Frans van der Nolck van Gogh. Trainer Jansen had natuurlijk een schat aan ervaring als voetballer bij achtereenvolgens ADO, DHC en Holland Sport.
>

RVC 1, kampioen 3e klasse seizoen 1964-1965. Staand v.l.n.r: K. Jansen (trainer), P. Clemenkowff, G. Kraaijenbrink, R. v.d. Bol, F. v. Gaalen, J. v.d. Zeeuw, B. Wessels, D. Klop (grensrechter) en E. v.d. Meer. Zittend J. Heyblom, F. de Vos v. Steenwijk, T. v. Leeuwen, R. Overzee, M. de Vos en P. Zeegers.
De Gouden periode
Vanaf de tweede helft van de zestiger jaren stond RVC aan de vooravond van een periode die de club tot de dag van vandaag naamsbekendheid heeft gegeven. In seizoen 1967-1968 wist RVC zich mede door de verhuizings perikelen naar Sportpark Irene te handhaven in de tweede klasse. In seizoen 1968-1969 bewerkstelligde RVC eindelijk de fel begeerde promotie naar het hoogste amateurniveau, de eerste klasse (Hoofdklasse bestond toen nog niet!). Met 35 punten uit 22 wedstrijden en de doelcijfers 38-18, wist men met 9 punten voorsprong op de nummer twee Blauw-Zwart, het kampioenschap in de 2e Klasse A binnen te halen.
Terwijl het voetbal in het algemeen bloeide als nimmer te voren in Nederland (door o.a. de Europese dadendrang van Ajax en Feijenoord) liep ook het Haagse publiek warm voor de sterren van weleer.
Carol Schuurman was in die dagen de absolute blikvanger bij RVC maar ook spelers als Aad de Mos, Mede Ruis, Joop Pronk, Koos van Dullemen, Ger Hup, Cock Clavan, Kees Arts, John Bolman, Rini Vols, Leo Kloor e.a. smeedden RVC destijds tot een bijna niet te kloppen voetbalploeg.
In het eerste seizoen (1969-1970) in de eerste klasse stoot RVC meteen door naar de amateurtop hetgeen resulteerde in de legendarische tweestrijd tussen Papendrecht en RVC. In dit seizoen trok RVC helaas nog aan het kortste eind en eindigde op de tweede plaats achter Papendrecht.
Het seizoen daarop (1970-1971) was het dan uiteindelijk zo ver: RVC kampioen van de Eerste klasse B. Op 16 mei 1971 versloeg RVC voor maar liefst 8000 toeschouwers op Sportpark Irene concurrent Papendrecht met 3-0 en werd zodoende kampioen.

RVC kampioen van de 1e klasse seizoen 1970-1971. Staand v.l.n.r. R. van Eyken(verzorger), G. Hup, J. Pronk, C. Clavan, J. vd Berg, C. Schuurman, J. vd Sloot, E. vd Meer en K. Jansen (trainer) Zittend K. van Dullemen, R. Vols, L. Kloor, H. van Assendelft en J. Bolman.
Hierna volgde nog de strijd om het kampioensschap van Nederland voor de zondagamateurs. De laatste wedstrijd was thuis tegen Caesar voor alweer 8.000 toeschouwers. Helaas verloor RVC deze wedstrijd in de laatste minuut zodat de club geen kampioen van Nederland werd.
Het seizoen daarop viel RVC iets terug en dat kwam hoofdzakelijk door het stoppen van Cock Clavan, dat was een zware aderlating in het hart van de verdediging. Toch wist RVC nog op de 5e plaats te eindigen in de competitie.
In het seizoen 1973-1974 voegde RVC weer een nieuwe bladzijde toe aan haar inmiddels toch al rijke geschiedenis. Het was niet de openingswedstrijd van het seizoen tegen het debuterende VUC voor 5000 toeschouwers maar de installatie van vier schitterende lichtmasten rond het eerste veld. Deze installatie werd officieel begin november 1973 in gebruik genomen in een wedstrijd tegen FC Den Haag (1-0 verlies). Ook werd er in dit seizoen besloten dat de eerste 7 ploegen uit de competitie zich plaatsen voor de nieuw te vormen Hoofdklasse. RVC wist zich op de laatste speeldag door een 1-0 winst op Unitas precies op die zevende plaats te eindigen. Voor trainer Karel Jansen was dit prachtige resultaat om na 10 jaar trouwe dienst het trainerschap voor gezien te houden.
Het Rijswijkse RVC had zijn promotie naar de nieuwe Hoofdklasse aangegrepen om het 1e elftal een heel ander gezicht te geven. Als eerste nam Berry Janse de taken over van trainer Karel Jansen. Spelers die waren vertrokken waren Melbi Raboen (VVSB), Theo Valkenhoff (Randstad Sport), John Bolman (Spoorwijk) en Wolter Visscher (Loosduinen).
RVC trok echter de aandacht met het aantrekken van maar liefst drie Rotterdamse amateur-internationals, te weten Jan van der Leck (Xerxes), Maup Martens (DRL) en Harry van Buuren (Hermes-DVS). Met aanvoerder Koos van Dullemen erbij had RVC nu maar liefst vier "oranje-mannen" in de gelederen. Verder kwamen ook nog Henny de Klerk (Roodenburg), Maarten Rog (Veendam), Peter Hakkaart (RKAVV) en Arie de Kruik (DEVJO) de A-selectie van RVC versterken.
Later meer.....
Het seizoen 1974-1975 eindigde RVC verdienstelijk in de subtop van die nieuwe Hoofdklasse.
In 1975 stond er in een interview in de Voetbal International dat spelers bij amateurclub RVC betaald kregen en zo werd de club RVC ineens landelijk nieuws.
Na een grootschalige onderzoek van de KNVB kwam een jaar later de uitspraak. Bijna alle spelers en ook de bestuursleden werden geschorst variërend voor 1 maand tot een jaar. Na deze geruchtmakende periode kwam RVC weer in rustiger vaarwater. In seizoen 1978-1979 werd Aad de Mos trainer van RVC. De oud speler van ADO en RVC had slechts één doel voor ogen en dat was toptrainer worden. Bij Aad de Mos was deze drang zo sterk voelbaar dat je van sportief succes verzekerd was. In het seizoen 1978-1979 eindigde Aad de Mos met RVC op de 3e plaats en in seizoen 1979-1980 op de 2e plaats in de Hoofdklasse. De prestaties van Aad de Mos vielen op in de voetbalwereld en tijdens seizoen 1980-1981 werd Aad gevraag door Ajax om daar de jeugd voor zijn rekening te nemen.
In seizoen 1982-1983 degradeerde RVC uit de Hoofdklasse. In seizoen 1984-1985 werd RVC onder leiding van trainer John v.d.Lubbe kampioen in de Eerste klasse en promoveerde zodoende weer terug naar de Hoofdklasse.
Vanaf dat moment kwam er een scheiding tussen de A-selectie en de andere elftallen van RVC. Oorzaak hiervan was de professionalisering van de A-selectie. Veel leden uit RVC 2,3 en lagere elftallen waren het hier niet mee eens en er ontstond een ware exodus van leden die jaren lang iets voor de club hebben betekend.
Het vlaggenschip van de vereniging moest de reputatie hoog houden en in seizoen 1986-1987 werd André Wetzel trainer. In dat jaar eindigde RVC in de middenmoot van de Hoofdklasse maar wist men wel de Haagsche Courant Cup te winnen (1-0 tegen RKAVV). Het seizoen daarop wist RVC wederom de Haagsche Courant Cup te winnen (3-2 tegen LenS).
In seizoen 1988-1989 werd John Karelse trainer van RVC en hij presteerde het met een totaal nieuwe selectie heel knap in de middenmoot te eindigen.
In 1990 vierde RVC het 75-jarig jubileum. Ter gelegenheid hiervan werd, met Ron Mangelmans als eindredacteur, een jubileumboek uitgegeven.

Kampioenschappen
1917-1918 2e klasse A HVB
1918-1919 1e klasse B HVB
1919-1920 3e klasse B
1933-1934 3e klasse A *
1943-1944 4e klasse D *
1956-1957 3e klasse A *
1960-1961 3e klasse C
1964-1965 3e klasse C
1968-1969 2e klasse A
1970-1971 1e klasse B
1984-1985 1e klasse B
1995-1996 2e klasse A
1998-1999 3e klasse A
* = geen promotie
Andere prestaties
1987 Winnaar Haagsche Courant Cup (1-0 tegen RKAVV)
1988 Winnaar Haagsche Courant Cup (3-2 tegen LENS)
1993 Winnaar Haagsche Courant Cup (3-1 tegen ADO)
Kampioenschappen
1991-1992 1e klasse A HVB
1915-1920 Ben Peeters
1920-1926 Joh. Duiveman
1926-1927 P. Hokke
1927-1960 Piet Verver
1960-1976 George Strik
1976-1977 Jan Bakhuis
1977- ???? Ab Toet
1980 -???? Wim Hartnack (a.i.)
???? -???? ?
???? -???? A. van Rijswijk
???? -???? Bert Duin
???? -???? Piet Kroon
???? -???? ?????
1955-1956 Aat Kant
1956-1957 Aat Kant
1957-1958 Aat Kant
1958-1959 Aat Kant
1959-1960 Frans van der Nolck van Gogh
1960-1961 Frans van der Nolck van Gogh
1961-1962 Frans van der Nolck van Gogh
1962-1963 Frans van der Nolck van Gogh
1963-1964 Frans van der Nolck van Gogh
1964-1965 Karel Jansen
1965-1966 Karel Jansen
1966-1967 Karel Jansen
1967-1968 Karel Jansen
1968-1969 Karel Jansen
1969-1970 Karel Jansen
1970-1971 Karel Jansen
1971-1972 Karel Jansen
1972-1973 Karel Jansen
1973-1974 Karel Jansen
1974-1975 Berry Janse
1975-1976 Wim van der Gijp
1976-1977 Simon Venema
1977-1978 Berry Janse
1978-1979 Aad de Mos
1979-1980 Aad de Mos / Toon Brakus
1980-1981 Ger Hup / Jan Mars
1981-1982 Theo van Leeuwen
1982-1983 Theo van Leeuwen
1983-1984 John van der Lubbe
1984-1985 John van der Lubbe
1985-1986 John van der Lubbe
1986-1987 André Wetzel (H.C.Cup winnaar)
1987-1988 André Wetzel (H.C.Cup winnaar)
1988-1989 John Karelse
1989-1990 John Karelse
1990-1991 John Karelse
1991-1992 John Karelse / Marc Bos
1992-1993 Marc Bos
1993-1994 Marc Bos
1994-1995 Toon Brakus
1995-1996 Eelco Fieleman
1996-1997 Eelco Fieleman
1997-1998 Eelco Fieleman
1990-1991 Henk van de Luitgaarden
1991-1992 Bert Blans
1992-1993 Bert Blans
1993-1994 Fred Gorter
1994-1995 ?
1995-1996 ?
1996-1997 Wim de Lange
1997-1998 Paul van der Kolk
Piet Verver, ....?
Wim Mangelmans, Theo Kerpel, Nico Kerkvliet, Aat Kant, J. Goedraad, H.J. Hierck, J. Luijsterburg, M. Martinus, B. Strik, P. Verver, H. de Lusenet, B. Peeters, P. Verver, J. Regeer, A. Verver, G. Strik, P. v.d. Wal, J. Bakhuis, Chris Kerkvliet, A. Toet, ??, ??, ........
Wie kan ons helpen met de aanvullende informatie van 1990 t/m 1998 van voetbalvereniging RVC en wie heeft er nog historische foto’s van deze mooie club?
Mail dan naar haagse.voetbalhistorie@gmail.com
Sander van der Water groeide als keeper op bij RVC en stapte op zijn 22e bij Rijswijk binnen na een seizoen bij LENS ... Lees verder