Columns
Bertus de Harder, door de benen van de Leeuw; door Piet van der Eijk
Geplaatst door Rob Pronk
21 februari 2010 - 17:08
Een biografische schets hoort te beginnen met de geboorte van de hoofdpersoon. Voor Bertus de Harder is hier vooral het moment waarop hij als ‘de grote voetballer’ werd geboren van belang.
Van dat ogenblik is alles bekend, dankzij vooral het scherpe geheugen van Jan Rolfes, jarenlang de stoere back van VUC 1. Honderden wedstrijden heeft hij met Bertus op één veld gestaan, tot en met het kampioenschap, en hij heeft hem daardoor goed leren kennen. Ook die allereerste wedstrijd speelde hij samen met Bertus en het staat, meer dan een halve eeuw na dato, nog altijd in zijn geheugen gegrift. En dan vooral die eerste actie waarmee de nieuwe speler zich direct al op onvergelijkelijke manier presenteerde. Bertus deed die zondagmiddag in augustus 1937, samen met zijn broer Karel, zijn intrede bij VUC.
Hij kwam van een klein clubje, Wilsonmeters, dat uitkwam in de bedrijfscompetitie, waar de gebroeders er al duidelijk waren uitgesprongen. Maar nu speelden Karel en Bertus dan voor het eerst bij een grote club, uitkomend in de hoogste klasse van de KNVB, in een echt stadionnetje met tribunes en voor aardig wat mensen. Het ging om een oefenwedstrijd ter voorbereiding van de competitie en de tegenstander was Go Ahead.
Rolfes: ‘Bertus stelde zich die eerste wedstrijd wat timide op aan de zijlijn en de eerste tien minuten had niemand hem in de gaten. Maar hij had bepaald niet staan slapen. De rechtsback van Go Ahead wilde het zich die eerste wedstrijd na de vakantie kennelijk niet al te moeilijk maken en had kort na elkaar al twee keer teruggespeeld op zijn keeper. De derde keer dat hij dat deed- of liever: wilde doen- dook plotseling Bertus uit het niets op, sprintte achter de rug van de back om tussen hen in, pikte de bal op die op weg was naar de keeper en schoof hem vervolgens tussen de benen van de verraste doelman door: 1-0.’
Die keeper was niet zomaar iemand. Het was, let wel, Leo Halle, beroemd van het Nederlands Elftal en bekent als de Leeuw van Deventer. Behalve gejuich om dat doelpunt was er ook veel gelach in het stadion, weet Rolfes nog, gelach omdat er een beroemdheid eventjes voor gek was gezet.
Een memorabel moment: 22 augustus 1937, 14.10 uur: a star was born, De Harder, Johannes Lambertus, wondervoetballer.
Wat een begin van een carrière. Men moet wel weten wat Leo Halle in die tijd betekende. Hij was bij zijn leven al een monument. Hij had allure, speelde bij voorkeur hautain, onaantastbaar. En nu was er dan een volkomen onbekende speler, een nieuweling in dit milieu, ene Bertus de Harder, die hem door de benen speelde, hem voor aap zette. Een droomdebuut. Van een voetballer die nadien nog vele tegenstanders te kijk zou zetten, al was dat nooit zijn bedoeling, en die nog voor honderden doelpunten zou zorgen, die in deze allereerste actie lagen opgesloten zou hij de tientallen jaren daarna volkomen inlossen, op zich al een wonder.
Anton van den Dool, toen lid van VUC en nog altijd, bovendien iemand die van dat ogenblik af alles zou verzamelen wat met Bertus de Harder te maken had, herinnert zich dat hij na die eerste wedstijden van Bertus als vijftienjarige enthousiast thuiskwam en riep: ‘We hebben nu een speler, die komt in het Nederlands Elftal, ‘Waarmee de latere trainer zich meteen als voetbalkenner ontpopte. Alleen: bij Bertus kon het niet missen, zo stralend was zijn talent.
Al die trainers die hij heeft gehad, Piet Hendriks, de Engelsman Jack Hall, de Fransman André Gérard, hebben hem het voetballen niet bijgebracht. Bertus heeft het voetballen niet geléérd, hij kón het. Vraag net waar het vandaan kwam, niemand die het kan weten. Men kan nauwelijks zeggen dat hij het heeft ‘geleerd’ want op trainen had Bertus het niet zo en al helemaal niet op lopen. Hij sjokte wat rond als er bij VUC getraind moest worden, en dat moest, meermalen per week bij die eersteklasser, maar als hij de kans kreeg sneed hij zo ruim mogelijk de hoeken van het veld af.
Een echte sportman was hij toch al niet, om te zien: hij was klein, net 1,70 meter, liep, zeker in het veld, enigszins gebogen, was wel stevig, op latere leeftijd zelfs neigend naar dik, maar had alles bijeen toch weinig postuur. En hij was al vroeg kalend, wat iets anders is dan kaal.
Zijn schedel was nooit als een biljardbal. Ondanks dat weinig atletisch ogende lichaam was hij snel, razendsnel. Maar dat alleen op de eerste vijf meter, dan was er niemand die hem kon bijbenen. Maar over de honderd meter was hij door een ieder te kloppen.
Er is geen back geweest die hem die eerste meters kon bijhouden en al helemaal niet doordat ze meestal niet wisten waar hij heen zou gaan. Daardoor liepen de verdedigers altijd achter hem aan. ‘Hij liet hun hielen zien’- wat kan de Nederlandse taal toch beeldend zijn.
Die snelheid over vijf of tien meter was voor een linksbuiten genoeg om zijn tegenspeler er steeds weer uit te lopen. Als hij dat al deed, want dat was meer de specialiteit van de vleugelspeler aan de andere kant, de VUC-rechtsbuiten Jan Holleman, die in de eerste wedstijden na de oorlog het Nederlands Elftal haalde. Die kon alleen maar verschrikkelijk hard lopen en voorzetten geven, zo werd altijd gezegd. Maar Bertus trok alleen maar even razendsnel op, om dan de bal feilloos voor de voeten van een vrijstaande speler te geven. Of te wachten op zijn tegenspeler om hem vervolgens opnieuw te passeren. Eigenlijk had hij die spurt helemaal niet nodig om de back voorbij te komen. Dat deed hij vaker, en misschien wel liever, met zijn trucks, zijn passeer- en schijnbewegingen.
Door links of rechts langs de back te gaan, hem door de benen te spelen, hem dol te draaien met zijn korte bewegingen waarbij je nooit wist welke kant de bal op zou gaan.
Bertus draaide soms razendsnel zijn voet boven de stilliggende bal zoals een banketbakker zijn garde door de room slaat. Om hem dan ineens mee te nemen, alleen hij wist van tevoren waarheen, als hij het al wist. Of door de bal te laten liggen en zelf, met de tegenspeler aan zijn zij, weg te rennen, want dat deed hij ook. De back stak zijn been uit naar links, maar de bal was al rechts of door zijn benen, in ieder geval hem voorbij. Bertus maakte zijn tegenstanders wanhopig, maar er waren er die in het veld voor hem stonden te klappen. Dat was in een tijd dat dat nog kon.
Piet van der Eijk voor dehaagsevoetbalhistorie.nl
Terug naar overzicht